Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

Op deze pagina

Nabestaanden van kinderen van gedupeerde ouders

In de moeilijke periode waarin gezinnen zijn gedupeerd, zijn er ook kinderen overleden. Dit zijn kinderen die recht zouden hebben op de kindregeling als zij nog hadden geleefd. Deze kinderen verdienen ook erkenning.

Erkenning en een geldbedrag

Ontvangers van de nabestaandenregeling voor overleden kinderen krijgen een erkenningsbrief en een geldbedrag. Het bedrag is gekoppeld aan de leeftijdsgroepen zoals bij de kindregeling en staat vast. We kijken naar de leeftijd die het kind had toen het overleed. Is het kind na 1 juli 2023 overleden? Dan geldt de leeftijd op 1 juli 2023.

Leeftijd kind/jongere bij overlijdenGeldbedrag
0 tot en met 5 jaar€ 2.000
6 tot en met 11 jaar€ 4.000
12 tot en met 14 jaar€ 6.000
15 tot en met 17 jaar € 8.000
18 jaar en ouder€ 10.000
De bedragen per leeftijd:

Ontvangers van de regeling

Er kunnen 1 of meerdere ontvangers zijn van de regeling. Er wordt gekeken naar de situatie van het gezin. Om te zorgen dat het herstel terechtkomt bij het gezin waar de overledene bij hoorde toen het overleed. Er is een volgorde voor de regeling:

  1. de toeslagpartner van het overleden kind;
  2. de kinderen van het overleden kind;
  3. de ouders van het overleden kind.

Is er een toeslagpartner? Dan is die persoon de ontvanger van de regeling. En de anderen niet. Is er geen toeslagpartner? Dan geldt deze regeling voor de kinderen van het overleden kind. Zijn er ook geen kinderen? Dan zijn de ouders van het overleden kind de ontvangers van deze regeling.

Tip!  Is de regeling voor mij bedoeld?

Wilt u weten of u de ontvanger bent van de regeling voor nabestaanden? Beantwoord enkele vragen en kijk of de regeling voor uw situatie geldt.

Toeslagpartner van een kind van gedupeerde ouders

Was u de toeslagpartner van een kind van gedupeerde ouders dat nu is overleden? Dan hebt u waarschijnlijk recht op de nabestaandenregeling. De meeste nabestaanden zijn bij ons bekend. We nemen contact met u op.

Een toeslagpartner is iemand die meetelt voor de toeslagen. Het geld dat beide toeslagpartners verdienen en bezitten telt mee voor de toeslag. De toeslagpartners krijgen de toeslag samen. Een toeslagpartner kan uw echtgenoot of geregistreerd partner zijn. Of iemand anders die op uw adres woont. U kunt maar 1 toeslagpartner hebben.

Met toeslagpartner

Een dochter van gedupeerde ouders overlijdt als zij 25 jaar is. Zij heeft op dat moment een toeslagpartner. De toeslagpartner is de ontvanger van de regeling. Om de hoogte van het bedrag te bepalen, kijken we naar haar leeftijd toen zij overleed. Bij 25 jaar is er een geldbedrag van € 10.000. De toeslagpartner ontvangt het hele bedrag van € 10.000 en een erkenningsbrief.

Kinderen van een kind van gedupeerde ouders

Is uw oma of opa gedupeerd? En is uw vader of moeder overleden voordat hij of zij de kindregeling ontving? Als uw vader of moeder geen toeslagpartner had toen hij of zij overleed, hebt u recht op de nabestaandenregeling. Zijn er meerdere kinderen? Dan verdelen we het hele bedrag waar uw vader of moeder recht op had. Elk kind krijgt evenveel geld. Het maakt niet uit wat de leeftijd is van de kinderen.

Had uw vader of moeder wel een toeslagpartner? Dan is diegene de ontvanger van de regeling. De meeste nabestaanden zijn bij ons bekend. We nemen contact met u op.

1 kind, geen toeslagpartner

Het overleden kind had op het moment van overlijden geen toeslagpartner. Maar bij ons is bekend dat er 1 dochter is. Zij is in dit geval de ontvanger van de regeling. De dochter geeft aan de regeling te willen ontvangen. We moeten tot 6 maanden de tijd nemen om mogelijk andere ontvangers te vinden en hen de tijd te geven zichzelf te melden. Bijvoorbeeld een kind dat in het buitenland is geboren en niet is geregistreerd in Nederland. We vragen ook bij de dochter na of zij nog broers of zussen heeft. Uiteindelijk meldt niemand zich meer.

Om het bedrag te bepalen, kijken we naar de leeftijd van het kind toen hij of zij overleed. Het overleden kind was ouder dan 18 jaar. De dochter ontvangt € 10.000 en een erkenningsbrief.

Meerdere kinderen, geen toeslagpartner, 1 kind wil de regeling niet ontvangen

Het overleden kind had op het moment van overlijden geen toeslagpartner, maar wel 3 kinderen: 2 zoons en 1 dochter. Stel dat de zoons de regeling willen ontvangen en zich aanmelden. De dochter wil de regeling niet ontvangen en meldt zich niet aan. De dochter kan daar nog op terugkomen totdat de aanvraagtermijn van 6 maanden is verstreken. We moeten tot 6 maanden de tijd nemen om mogelijk andere ontvangers te vinden. En hen de tijd te geven zichzelf te melden. Bijvoorbeeld een kind dat in het buitenland is geboren en niet is geregistreerd in Nederland. Wij vragen ook bij de dochter na of zij nog broers of zussen heeft.

Om het bedrag te bepalen, kijken we naar de leeftijd van het kind toen hij of zij overleed. Hun vader of moeder was een kind van een gedupeerde ouder. Hij of zij was ouder dan 18 jaar en had recht op € 10.000. De dochter blijft bij haar mening om de regeling niet te willen ontvangen. Als de aanvraagtermijn sluit hebben de 2 zoons aangegeven dat zij de regeling willen ontvangen. Iedere zoon ontvangt € 5.000 en een erkenningsbrief.

Meerdere kinderen, geen toeslagpartner

Het overleden kind had op het moment van overlijden geen toeslagpartner, maar wel 3 kinderen: 2 zonen en 1 dochter. Alle kinderen willen de regeling ontvangen en melden zich aan. We moeten tot 6 maanden de tijd nemen om mogelijk andere ontvangers te vinden. En hen de tijd te geven zichzelf te melden. Bijvoorbeeld een kind dat in het buitenland is geboren en niet is geregistreerd in Nederland. We vragen ook bij de kinderen na of zij nog broers of zussen hebben die niet bekend zijn. Uiteindelijk meldt niemand zich meer.

Om het bedrag te bepalen, kijken we naar de leeftijd van het kind toen hij of zij overleed. Hun vader of moeder was een kind van een gedupeerde ouder. Hij of zij was ouder dan 18 jaar en had recht op € 10.000. De 3 kinderen die zich hebben aangemeld krijgen ieder hun eigen deel. Ieder kind ontvangt dus € 3.334. Ook krijgen zij een erkenningsbrief. We ronden de bedragen naar boven af.

Ouders van een kind van gedupeerde ouders

Had het kind van gedupeerde ouders geen toeslagpartner én geen kinderen? Dan bent u als ouders de ontvangers van de nabestaandenregeling. De meeste nabestaanden zijn bij ons bekend. We nemen contact met u op.

Ouders zijn bij elkaar

Hun zoon was 10 jaar toen hij overleed. Beide ouders zijn ontvanger van de regeling. De ouders zijn nog bij elkaar en geven beiden door aan UHT dat zij de regeling willen ontvangen.

Om het bedrag te bepalen, kijken we naar de leeftijd van de zoon toen hij overleed. Bij 10 jaar is er een geldbedrag van € 4.000. De ouders ontvangen ieder € 2.000 (samen € 4.000) en een erkenningsbrief.

Ouders zijn niet meer bij elkaar

Hun dochter was 21 jaar toen zij overleed. Zij had geen toeslagpartner toen zij overleed en ook geen kinderen. Beide ouders zijn dus de ontvangers van de regeling, maar zijn niet meer samen. Beide ouders hebben tot 6 maanden de tijd om zich te melden. Allebei willen zij de regeling ontvangen.

Om het bedrag te bepalen, kijken we naar de leeftijd van hun dochter toen zij overleed. Bij 21 jaar is er een geldbedrag van € 10.000. Iedere ouder ontvangt € 5.000 en een erkenningsbrief.

Ouders zijn niet meer bij elkaar, 1 ouder meldt zich niet

Hun dochter was 15 jaar toen zij overleed. Beide ouders zijn ontvanger van de regeling. De ouders zijn gescheiden en de moeder geeft bij ons aan dat zij de regeling wil ontvangen. Het adres van de vader is onbekend. We moeten 6 maanden de tijd nemen om de vader te vinden. Tegelijkertijd heeft de vader 6 maanden de tijd om zichzelf te melden. De vader wordt niet gevonden en meldt zichzelf niet.

Om het bedrag te bepalen, kijken we naar de leeftijd van het kind toen hij of zij overleed. Bij 15 jaar is er een geldbedrag van € 6.000. De moeder ontvangt het hele bedrag van € 6.000 en een erkenningsbrief.

Aanmeldtermijn van 6 maanden

Er geldt een aanmeldtermijn als er meerdere ontvangers zijn van de regeling. Dit geeft nabestaanden tijd om na te denken of ze de regeling willen. En soms zijn niet alle ontvangers van de regeling bij ons bekend. Of hebben we geen adres. Als we weten dat er meerdere mensen zijn die recht hebben op de regeling, gebruiken we die 6 maanden om contact te zoeken. En de aanmeldtermijn geeft nabestaanden tijd om zichzelf bij ons te melden.

Tot wanneer duurt de aanmeldtermijn?

  • Is het kind overleden voor 22 april 2024? Dan geldt de aanmeldtermijn van 6 maanden tot en met 22 oktober 2024.
  • Overlijdt het kind na 22 april 2024? Dan geldt de 6 maanden aanmeldtermijn vanaf het moment van overlijden.

Planning en aanpak

De meeste ontvangers van de regeling zijn bij ons bekend. We nemen persoonlijk contact met u op. Allereerst ontvangt u een kaart waarin staat dat we u gaan bellen. Zijn er binnen het gezin meerdere ontvangers van de regeling? Dan nemen we met alle ontvangers contact op.

Vanaf 22 april starten we met de regeling voor nabestaanden van overleden kinderen. Vanaf dat moment ontvangt de eerste groep de kaart.

April/meiOuders erkend gedupeerd in 2019 en 2020
Juni/juliWordt nog bekend gemaakt
Augustus/septemberWordt nog bekend gemaakt
Oktober/novemberWordt nog bekend gemaakt
Omdat we niet iedereen in 1 maand kunnen helpen, werken we volgens een planning:
Ter informatie!  Contact met ons opnemen

Wilt u zelf contact met ons opnemen, omdat u denkt recht te hebben op de regeling voor nabestaanden? Dan is dat altijd mogelijk.

Veelgestelde vragen

Welke stappen kent de regeling?

Als u ontvanger bent van de regeling, ontvangt u eerst een kaart. Daarop staat dat wij contact met u op gaan nemen. Vervolgens nemen wij contact met u op om u aan te melden voor de regeling. Ook leggen we de aanmeldtermijn van 6 maanden uit en vertellen we hoe u eventueel af kunt zien van de regeling. Als alle ontvangers van de regeling bekend zijn of de aanmeldtermijn is verstreken, hoort u van ons op welk bedrag u recht hebt. U ontvangt dit bedrag op het bij ons bekende rekeningnummer.

In welke gevallen moet ik mij zelf aanmelden?

Kinderen zonder BSN, pleegkinderen en/of overleden kinderen in het buitenland, hebben wij niet goed in beeld. Het kan dus zijn dat wij geen contact met u kunnen opnemen. Denkt u dat u wel een ontvanger bent van de nabestaandenregeling? Neem dan zelf contact met ons op.

Wat heb ik nodig om mij aan te melden?

Uw eigen BSN en het BSN van het overleden kind. Indien uw kind geen BSN heeft, dan kunt u dit bespreken met uw contactpersoon.

Heb ik een overlijdensakte nodig?

Nee, een overlijdensakte is niet nodig tenzij wij niet kunnen zien dat een kind is overleden. In dat geval bespreekt uw contactpersoon dit met u en kijkt u samen naar wat er nodig is.

Wie is de ontvanger van de regeling als het overleden kind geen toeslagpartner, kinderen of ouders (meer) heeft?

In dat geval zijn er geen ontvangers van deze regeling.

Waarom kom ik als opa of oma niet in aanmerking voor de regeling?

Opa's en oma's komen niet in aanmerking voor de nabestaandenregeling. In het wetsvoorstel is gekozen voor een volgorde. De erkenning komt terecht bij de volgende ontvangers:

1.         de toeslagpartner van het overleden kind op het moment van overlijden;

2.         de eigen levende kinderen van het overleden kind, zijnde biologische, geadopteerde en erkende kinderen;

3.         de ouders van het overleden.

Hoe werkt deze regeling voor stiefkinderen en/of overleden kinderen van toeslagpartners?

Ook voor overleden kinderen van toeslagpartners of ex-toeslagpartners kan de regeling van toepassing zijn. Dit is alleen het geval als het kind recht zou hebben gehad op de kindregeling wanneer het nog in leven zou zijn. Denkt u in dit geval recht te hebben op deze regeling? Neem dan contact met ons op.

Kan ik een gesprek met Staatssecretaris Aukje de Vries krijgen?

Ja, aanvragen kan via het Serviceteam.

Krijg ik alleen een geldbedrag?

De regeling bestaat uit een vast geldbedrag en een erkenningsbrief. Het geldbedrag wat u ontvangt is afhankelijk van de leeftijd van het kind op het moment van overlijden en het aantal ontvangers van de regeling.

Kan er recht zijn op andere herstelregelingen naast de nabestaandenregeling?

Ja dit kan. Het is mogelijk dat ouders van een overleden kind zelf gedupeerd zijn en recht hebben op herstelregelingen. Zij hebben dan ook recht op de nabestaandenregeling.

Heeft het geld dat ik ontvang invloed op de hoogte van mijn lopende en toekomstige toeslagen?

Nee. Deze bedragen zijn voor 10 jaar vrijgesteld voor de toets die de hoogte van uw toeslag bepaalt. Dit is ook te vinden op de website van UHT: de invloed van compensatie op inkomen, toeslagen of uitkeringen.

Telt het geld mee voor mijn bijstand of andere uitkering?

Het bedrag heeft geen invloed op de hoogte van de bijstandsuitkering. Ook heeft het bedrag geen invloed op de hoogte van bepaalde andere uitkeringen. Zoals de WW, WIA, WAO en Ziektewet.

Het heeft mogelijk wel invloed op de hoogte van de bijzondere bijstand. Elke gemeente mag zelf bepalen hoe zij de draagkracht hiervoor berekenen. Het is daarom goed om hierover met uw gemeente in gesprek te gaan.

Dit is ook te vinden op de website van UHT: de invloed van compensatie op inkomen, toeslagen of uitkeringen.

Moet ik belasting betalen over het bedrag dat ik ontvang?

U betaalt over het ontvangen bedrag geen inkomstenbelasting in box 1. Het geld dat u krijgt, is voor de Belastingdienst geen inkomen.

Let op: Woont u in het buitenland? Dan gelden er misschien andere regels.

Wordt het uit te keren bedrag voor de nabestaandenregeling verrekend met eventuele openstaande schulden bij Dienst Toeslagen en/of Belastingdienst?

Nee, nabestaanden ontvangen het bedrag op hun rekening zonder dat dit verrekend wordt met openstaande vorderingen.

Ik wil mijn gegevens wijzigen, hoe kan ik mijn aanmelding wijzigen?

Neem contact op met uw vaste contactpersoon.

Waarom ben ik afgewezen voor de regeling?

U hebt een beschikking ontvangen waarin staat dat u bent afgewezen voor de regeling. We hebben een onderzoek gedaan en u voldoet niet aan de eisen die nodig zijn voor de regeling. Dit kunnen verschillende redenen zijn. Deze redenen staan in de brief die u ontvangen hebt. Hebt u vragen over deze afwijzing? Neem contact op met uw contactpersoon. Samen leest u de brief rustig door en u kunt alle vragen stellen die u hebt.

Verder lezen

Deel deze pagina