BAC 2025-16867
Publicatiedatum 18-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 10 september 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 27 mei 2026
Overdracht advies aan UHT: 3 juni 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 en 2006.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 3 november 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 en 2006.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 23 augustus 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de beoordeelde toeslagjaren.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 en 2006.
- Gemachtigde heeft bij brief van 22 oktober 2024, ingekomen op dezelfde datum, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 24 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- UHT heeft op 19 mei 2026 een nadere reactie ingezonden.
- Op 27 mei 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Gelet op de aangevoerde bezwaargronden ziet de Commissie zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over het jaar 2006 af te wijzen.
Bij beschikking van 18 april 2006 is de KOT voor beide kinderen stopgezet per 1 april 2006. UHT heeft toegelicht dat zij aannemelijk acht dat deze stopzetting is voortgekomen uit een verzoek door belanghebbende, ondanks dat hierover geen melding is teruggevonden. Belanghebbende heeft dit niet betwist. Zij verklaart de KOT destijds te hebben stopgezet uit angst voor terugvorderingen.
Volgens belanghebbende is bij de beschikking van 8 april 2008 daarentegen wel sprake geweest van vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). Zij werd namelijk niet geïnformeerd over deze verlaging van de KOT. Daarnaast stelt zij dat voor de berekening van deze beschikking een foutief toetsingsinkomen is gebruikt. Bovendien klopt het in de herinnering van belanghebbende niet dat er een bedrag van € 766,- is terugbetaald. Zij en haar partner ontvingen in 2008 een terugvordering van B/T van ongeveer € 3.250,-, en moesten € 300,- per maand terugbetalen.
Omdat de laatst teruggevonden beschikking van 8 april 2008 geen definitieve maar een voorschotbeschikking is, kan volgens belanghebbende niet worden uitgesloten dat hierna nog een nadere verlaging of nihilstelling heeft plaatsgevonden. Ook stelt belanghebbende dat B/T bij een voorschotbeschikking nog niet tot terugvorderen mocht overgaan.
De Commissie overweegt in de eerste plaats dat B/T zonder uitvraag aan belanghebbende mocht uitgaan van de inkomensgegevens die haar bekend waren in het kader van de inkomstenbelasting. Dit is naar het oordeel van de Commissie geen vooringenomen handelen. Indien en voor zover desondanks een foutief toetsingsinkomen is gehanteerd, geldt dat de Wht niet voorziet in het herzien van het in het verleden genomen KOT-beschikkingen.
De Commissie gaat daarnaast uit van de juistheid en compleetheid van de (uit)betaalde en teruggevorderde bedragen in het kader van de KOT zoals deze uit het LIC-overzicht van 2006 blijken (productie 2800004) en corresponderen met de informatie over de beschikkingen uit SAS (productie 0900001) en RKT 2006 (productie 1206003). Er zijn verder geen gegevens in het dossier aanwezig of door belanghebbende overgelegd die daarover twijfels oproepen.
De Commissie acht het daarom niet aannemelijk dat van belanghebbende een groter bedrag aan KOT is teruggevorderd dan € 766,-, noch dat na de beschikking van 8 april 2008 een nadere KOT-beschikking is genomen die tot een verdere terugvordering heeft geleid. Uit het LIC-overzicht kan verder worden afgeleid dat belanghebbende op 5 juni 2008 is gestart met het maandelijks terugbetalen van een bedrag van circa € 20,-. Er is geen sprake geweest van een aanmaning met daaraan verbonden kosten. De Commissie meent dat hieruit kan worden afgeleid dat belanghebbende tijdig is geïnformeerd over het bedrag aan KOT dat zij diende terug te betalen.
Verder overweegt de Commissie dat belanghebbende de terugvordering wegens het herzien van het voorschot verschuldigd was, ook al was de KOT nog niet definitief vastgesteld. Dat volgt uit de systematiek van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Gelet op het voorgaande concludeert de Commissie dat zij geen aanknopingspunten heeft kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het jaar 2006 vooringenomen heeft gehandeld.
Van omstandigheden die recht geven op een compensatie op grond van hardheid of een O/GS-tegemoetkoming is naar het oordeel van de Commissie evenmin gebleken.
Deze procedure ziet alleen op de KOT, zodat de Commissie over eventuele andere terugvorderingen door B/T op andere grondslagen geen informatie heeft en hierover ook niet kan adviseren aan UHT.
De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter