Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16844

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 oktober 2021 (UHT-DC I A)

Hoorzitting: 26 februari 2026

Overdracht advies aan UHT: 24 maart 2026

Samenvatting

De Commissie adviseert om het bezwaar tegen de beschikking met de kenmerk UHT-DC I A ongegrond te verklaren en aan belanghebbende geen proceskosten-vergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 6 oktober 2021 (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 30.000 voor het jaar 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 3 februari 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2015.
  • UHT heeft bij beschikking van 23 februari 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000, als bedoeld in de Catshuisregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 september 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het betrokken jaar geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor het jaar 2015.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 4 juli 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 15 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 26 februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Compleetheid dossier
Belanghebbende stelt dat het bezwaardossier onvolledig is. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 6 januari 2026 toegezonden.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2015
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat ten onrechte geen compensatie is toegekend voor het jaar 2015.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2015 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.

In 2015 hebben er twee neerwaartse bijstellingen plaatsgevonden.
Op 21 november 2015 is de KOT verlaagd van € 16.916 naar € 15.775. Uit een kopie uit het digitale burgerportaal blijkt dat belanghebbende op 25 oktober 2011 de KOT met ingang van 7 december 2015 zelf heeft stopgezet. Ook heeft er een wijziging plaatsgevonden in het toetsingsinkomen. Vervolgens is de KOT op 28 april 2017 verlaagd naar € 4.653 vanwege een verlaging in het aantal opvanguren per maand. Deze uren zijn verlaagd naar aanleiding van het aantal gewerkte uren van de partner van belanghebbende zoals te zien is in de UWV-viewer, omdat hij in dat jaar de ouder was die het minst werkte.

Aangezien voor dagopvang geldt dat een ouder recht heeft op KOT voor maximaal 140% van de gewerkte uren, heeft belanghebbende recht op KOT voor maximaal 67 uren per maand ((532 gewerkte uren x 1.4) / 11.19 maanden).

De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2015 was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is op basis van reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeen-stemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Belanghebbende heeft verzocht om een proceskostenveroordeling toe te kennen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de bestreden beslissing in stand kan blijven, adviseert de Commissie om belanghebbende geen proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Gelet het vorenstaande adviseert de Commissie UHT om het bezwaar gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I A ongegrond te verklaren en geen proces-kostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter