Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16831

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 17 april 2025 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 3 juni 2026

Overdracht advies aan UHT: 8 juni 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2010 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 3 februari 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 tot en met 2019.
    De jaren 2010 tot en met 2019 zijn betrokken in de herbeoordeling.
  • UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2010 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 23 april 2025 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 29 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 3 juni 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Motiveringsbeginsel/ ontbrekende stukken/ equality of arms
Belanghebbende stelt dat het bestreden besluit zonder het persoonlijk dossier voor belanghebbende niet inzichtelijk is en daarom onvoldoende gemotiveerd zijn. Ook zou sprake zijn van strijd met het beginsel van equality of arms, omdat UHT wel over het volledige dossier beschikt.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de processuele waarborgen van de Awb. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken, met inbegrip van het bezwaardossier. Dit heeft belanghebbende volgens UHT ook ontvangen. De Commissie ziet in hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd onvoldoende aanknopingspunten om daar anders over te denken. Door de toelichting in de beschouwing met verwijzing naar de daarbij behorende stukken, is een eventueel motiveringsgebrek hersteld. De door de belanghebbende in dit verband aangevoerde bezwaren zijn ongegrond.

Automatische continuering
Belanghebbende stelt dat zij als gedupeerde dient te worden aangemerkt omdat B/T de KOT automatisch heeft gecontinueerd. De wijze waarop B/T met de automatische continuering omging zou op zijn minst onzorgvuldig zijn. Van B/T mag, aldus belanghebbende, verwacht worden dat extra waarborgen in het aanvraagsysteem worden ingebouwd, die moeten voorkomen dat ouders worden geconfronteerd met latere terugbetalingen en verrekeningen als ouder niet zelf om continuering vraagt.

De Commissie overweegt dat een aanvrager van KOT in beginsel niet jaarlijks opnieuw een aanvraag hoeft in te dienen. De toekenning geldt voor onbepaalde tijd, zolang de omstandigheden ongewijzigd blijven en B/T de beschikking niet expliciet beëindigt. Dit systeem is neergelegd in artikel 15, vijfde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Het is daarom van belang dat de aanvrager wijzigingen in relevante omstandigheden, zoals het inkomen en het aantal opvanguren, tijdig doorgeeft. Dit voorkomt dat er te veel of te weinig KOT wordt toegekend. Met de automatische continuatie heeft B/T de reguliere wettelijke procedure gevolgd. De Commissie is van oordeel dat dit niet duidt op vooringenomen handelen door B/T.

XML-bestand 2012
Tijdens de integrale beoordeling heeft belanghebbende aangegeven dat in de feitenoverzichten over de jaren 2011 en 2012 staat vermeld dat kinderopvang is afgenomen bij [naam KOI], een instelling die belanghebbende niet kent en waar zij geen opvang heeft gehad. Vervolgens is tijdens de integrale beoordeling vastgesteld dat op 16 januari 2012 twee wijzigingen van adres-gegevens zijn doorgegeven. Uit een gespreksnotitie van 27 juni 2022 volgt dat een XML-bestand van deze wijziging aanwezig is bij UHT (zie p. 117 van het ouderdossier). Dit XML-bestand ontbreekt echter in het ouderdossier. Gemachtigde verzoekt om opheldering over deze wijzigingen en heeft UHT verzocht om het XML-bestand te verstrekken.

De Commissie overweegt dat de gang van zaken rond de doorgegeven wijzigingen van de adresgegevens van de kinderopvanginstellingen op dit moment onvoldoende duidelijk is. UHT dient hierover een nadere toelichting te verschaffen. De Commissie adviseert UHT om vóór het nemen van de beslissing op bezwaar helderheid te bieden over deze situatie en het ontbrekende XML‑bestand alsnog aan belanghebbende te verstrekken.

Tijdens de hoorzitting heeft belanghebbende een indrukwekkend persoonlijk verhaal gedeeld. De Commissie begrijpt dat de werking van het toeslagensysteem een ingrijpende impact op haar leven heeft gehad en zij nog steeds de gevolgen daarvan ervaart. Niettemin is de Commissie gehouden te beoordelen of belanghebbende in aanmerking komt voor compensatie of tegemoetkoming op grond van de speciaal voor de zogenoemde hersteloperatie in het leven geroepen wetgeving (de Wht). In het dossier zijn daarvoor geen aanknopingspunten gevonden.

Afgewezen toeslagjaren
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2019 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over de toeslagjaren 2010 tot en met 2019 waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Er vonden bijstellingen van het voorschot plaats naar aanleiding van doorgegeven wijzigingen in opvanggegevens, ingestuurde stukken en aanpassingen in het toetsingsinkomen. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd.  Zij geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat B/T destijds ten onrechte aannam dat belanghebbende met opzet of grove schuld ten onrechte teveel KOT had ontvangen, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beslagvrije voet
Belanghebbende stelt dat B/T geen rekening heeft gehouden met haar beslagvrije voet en dat daarom sprake is van hardheid van het stelsel.

De Commissie overweegt dat de KOT in artikel 475c sub j van het Wetboek van Rechtsvordering expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen dan de KOT valt buiten de reikwijdte van deze bezwaar-procedure. Deze bezwaargrond slaagt daarom niet.

Motivering- en zorgvuldigheidsbeginsel
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum (LIC) - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden besluiten behoeft in dit geval geen beantwoording. De nadere toelichting over de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om voorafgaand aan de beslissing op bezwaar een nadere toelichting te geven over de wijzigingen van 16 januari 2012 en het bijbehorende XML-bestand te verstrekken.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter