Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16829

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 21 november 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 21 november 2024 (UHT-DCHOA)

Overdracht advies aan UHT: 8 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek tot toekenning van een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaar is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHOA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 en 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 juli 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 en 2013.
  • UHT heeft bij beschikking van 27 juni 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling en dat de Integrale Beoordeling in gang wordt gezet.
  • De Commissie van Wijzen heeft op 13 november 2024 aan UHT geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 en 2013.
  • Gemachtigde heeft op 23 januari 2025, ingekomen op 27 januari 2025, tegen deze beschikking bezwaar ingediend.
  • UHT heeft op 3 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Op 12 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot het besluit om het verzoek van belanghebbende om toekenning van compensatie of een tegemoetkoming af te wijzen.

Zorgvuldigheidsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie de gebreken herstellen aan de hand van wat daarover in de beschouwing is opgemerkt.

Toeslagjaar 2012

De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over het toeslagjaar 2012. Belanghebbende heeft ook niet gesteld dat hij over 2012 KOT heeft aangevraagd en ontvangen en dat hij deze heeft moeten terugbetalen. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over dit toeslagjaar schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna B/T), die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. De Commissie adviseert het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2013

Belanghebbende stelt dat hij over het toeslagjaar 2013 in aanmerking komt voor compensatie op grond van hardheid van het stelsel. Belanghebbende voert aan dat hij slachtoffer is geworden van fraude door een derde. Belanghebbende betoogt dat hij van die derde een bankrekening heeft moeten openen, dat KOT is overgemaakt op het desbetreffende rekeningnummer en dat hij zelf nooit het beheer heeft gehad over deze rekening. Volgens belanghebbende doet het gegeven dat de aanvraag KOT met zijn DigiD-gegevens is gedaan, niet af aan het feit dat sprake is geweest van fraude door een derde. Hij wijst er op dat de (eerste) KOT-aanvraag voor KOT van 18 maart 2013 nog diezelfde dag is stopgezet en dat er desondanks KOT is uitbetaald.

UHT wijst er op dat er na de stopzetting van de KOT-aanvraag op 18 maart 2013 een nieuwe aanvraag is gedaan op 28 maart 2013 en dat op basis van die aanvraag KOT is uitbetaald. UHT stelt zich op het standpunt dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie vanwege hardheid van het stelsel omdat geen sprake is geweest van fraude door een derde. Belanghebbende is zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van het delen van zijn DigiD-inloggegevens met een derde. Daarnaast verwijst UHT naar het feit dat dezelfde bankrekening waarop de KOT is overgemaakt, is gebruikt voor het betalen van de aan belanghebbende toekomende zorgtoeslag, hetgeen er volgens UHT op wijst dat belanghebbende wel zelf gebruik heeft gemaakt van de bankrekening.

De Commissie overweegt als volgt. In het dossier bevindt zich een aanvraag KOT van belanghebbende van 28 maart 2013. Belanghebbende wordt niet gevolgd in zijn stelling dat KOT is uitbetaald hoewel de aanvraag daartoe was ingetrokken.

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot het besluit om het verzoek van belanghebbende om toekenning van compensatie of een tegemoetkoming af te wijzen.

Zorgvuldigheidsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie de gebreken herstellen aan de hand van wat daarover in de beschouwing is opgemerkt.

Toeslagjaar 2012

De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over het toeslagjaar 2012. Belanghebbende heeft ook niet gesteld dat hij over 2012 KOT heeft aangevraagd en ontvangen en dat hij deze heeft moeten terugbetalen. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over dit toeslagjaar schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna B/T), die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. De Commissie adviseert het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2013

Belanghebbende stelt dat hij over het toeslagjaar 2013 in aanmerking komt voor compensatie op grond van hardheid van het stelsel. Belanghebbende voert aan dat hij slachtoffer is geworden van fraude door een derde. Belanghebbende betoogt dat hij van die derde een bankrekening heeft moeten openen, dat KOT is overgemaakt op het desbetreffende rekeningnummer en dat hij zelf nooit het beheer heeft gehad over deze rekening. Volgens belanghebbende doet het gegeven dat de aanvraag KOT met zijn DigiD-gegevens is gedaan, niet af aan het feit dat sprake is geweest van fraude door een derde. Hij wijst er op dat de (eerste) KOT-aanvraag voor KOT van 18 maart 2013 nog diezelfde dag is stopgezet en dat er desondanks KOT is uitbetaald.

UHT wijst er op dat er na de stopzetting van de KOT-aanvraag op 18 maart 2013 een nieuwe aanvraag is gedaan op 28 maart 2013 en dat op basis van die aanvraag KOT is uitbetaald. UHT stelt zich op het standpunt dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie vanwege hardheid van het stelsel omdat geen sprake is geweest van fraude door een derde. Belanghebbende is zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van het delen van zijn DigiD-inloggegevens met een derde. Daarnaast verwijst UHT naar het feit dat dezelfde bankrekening waarop de KOT is overgemaakt, is gebruikt voor het betalen van de aan belanghebbende toekomende zorgtoeslag, hetgeen er volgens UHT op wijst dat belanghebbende wel zelf gebruik heeft gemaakt van de bankrekening.

De Commissie overweegt als volgt. In het dossier bevindt zich een aanvraag KOT van belanghebbende van 28 maart 2013. Belanghebbende wordt niet gevolgd in zijn stelling dat KOT is uitbetaald hoewel de aanvraag daartoe was ingetrokken.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek een proceskostenvergoeding toe te kennen, af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter