Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16816

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 7 augustus 2024 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 20 januari 2026

Overdracht advies aan UHT: 23 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 16 september 2024 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 7 augustus 2024 met kenmerk UHT-DCHA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor het jaar 2006.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 31 januari 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • UHT heeft bij besluit van 14 april 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 31 juli 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2006 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden besluit van 7 augustus 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor het jaar 2006.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 16 september 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 2 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 20 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 22 januari 2026 per e-mail een nadere schriftelijke reactie ingediend en daarbij aangegeven dat over de jaren 2005 en 2007 geen KOT is aangevraagd. Gemachtigde heeft daar niet op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Geen compensatie
Belanghebbende stelt dat zij wel recht heeft op compensatie.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over het toeslagjaar 2006 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/ Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht.
De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de schriftelijke reactie nader onderbouwd en deze komen voort uit reguliere wijzigingen, waaronder de stopzetting per 1 april 2006.

De bijstellingen zijn daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.

Belanghebbende komt dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belang-hebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter