Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16812

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 21 augustus 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 12 maart 2026 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 9 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 augustus 2024 (UHT-DCHO).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 22.919 over het toeslagjaar 2010.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 20 juni 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2005 tot en met 2011.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 juli 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2005, 2006, 2007, 2008 en 2011 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • In het voorlopig besluit van 6 juni 2024 met kenmerk UHT-VCH heeft
  • UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij over het toeslagjaar 2010 recht heeft op compensatie ter hoogte van € 22.845 wegens vooringenomenheid. Dit bedrag wordt vanwege de Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000.
  • In de definitieve beschikking van 21 augustus 2024 met kenmerk UHT-DCHO heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij over het toeslagjaar 2010 recht heeft op compensatie ter hoogte van € 22.919. Omdat belanghebbende eerder een bedrag van € 30.000 heeft ontvangen, volgt er geen nabetaling. Over de toeslagjaren 2005, 2006, 2008, 2009 en 2011 wordt in de beschikking geen compensatie verleend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 september 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 29 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 12 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur en onvolledig dossier

Belanghebbende voert als bezwaar aan, dat het besluit van UHT in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is genomen. Zij heeft geen inzage gekregen in de stukken, die aan het besluit ten grondslag liggen en het besluit is niet gemotiveerd. Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - en de overige producties, is naar het oordeel van de Commissie geen sprake meer van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft daarom geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan. Daarnaast is belanghebbende in het bezit van het volledige bezwaardossier.

Artikel 6 EVRM, recht op een eerlijk proces

Belanghebbende stelt dat er geen sprake is van equality of arms en dat zij hierdoor in haar procesbelang is geschaad. De Commissie wijst erop dat het beginsel van equality of arms niet van toepassing is in de bezwaarfase (ABRvS 21-12-2016, ECLI:NL:RVS:2016:3391, Zaaknr. 201601392/1/A). Voor zover belanghebbende daarmee heeft bedoeld dat zij niet beschikt over het volledige procesdossier vindt de commissie dat UHT met het toezenden van de schriftelijke reactie/beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zoals hiervoor al uiteen is gezet in reactie op de eerste door belanghebbende aangevoerde grond voor bezwaar, heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.

HOTHOR

Gemachtigde stelt dat voor toeslagjaar 2009 het kenmerk ‘HOTHOR’ is toegevoegd. Dit is een kenmerk dat, naar de Commissie uit de nadere toelichting van UHT begrijpt, geautomatiseerd wordt toegevoegd in situaties waarin sprake is van een laag inkomen, waardoor recht ontstaat op een relatief hoog bedrag aan toeslagen. Dit kenmerk heeft, aldus deze toelichting, tot gevolg dat een extra handmatige controle plaatsvindt.

Het instellen van een (extra) controle of het tussentijds opvragen van gegevens is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) vooringenomen heeft gehandeld. Daarvoor is meer nodig. Een uitvraag of controle als gevolg van het door de B/T gegeven kenmerk ‘HOTHOR’ dwingt weliswaar tot waakzaamheid bij de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid, maar levert daar op zichzelf niet het doorslaggevende bevestigende antwoord op. Aanwijzingen dat die vraag in het geval van belanghebbende in laatstbedoelde zin moet worden beantwoord zijn, geplaatst tegen de achtergrond van de andere feiten en omstandigheden, niet aannemelijk geworden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Automatische continuatie

Belanghebbende stelt dat de wijze waarop B/T om is gegaan met de automatische continuatie van de KOT onzorgvuldig is. Zij stelt daarbij dat onvoldoende waarborgen in het systeem zijn ingebouwd, waardoor betalingsproblemen hebben kunnen ontstaan bij terugvorderingen over eerdere toeslagjaren. Dit was het geval bij belanghebbende over het toeslagjaar 2009 en 2011. Volgens belanghebbende had van B/T verwacht mogen worden dat de KOT alleen automatisch verlengd wordt als daarvoor aanwijzingen te vinden zijn in de KOI- viewer en dat deze gegevens als basis dienen voor de berekening van het voorschot. De Commissie overweegt dat het automatische continueren van de KOT inherent is aan het toeslagensysteem. Op grond van artikel 15 lid 5 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt een aanvraag geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar volgende jaren. Een aanvraag van de KOT wordt dus geacht ook te zijn gedaan voor de daaropvolgende toeslagjaren en wordt daarmee automatisch gecontinueerd, tenzij de KOT door belanghebbende of B/T wordt stopgezet of gewijzigd. Naar het oordeel van de Commissie heeft B/T met het automatisch continueren van de KOT op een juiste wijze uitvoering gegeven aan de wet. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Rentevergoeding over gemiste KOT

UHT heeft in haar schriftelijke reactie opgemerkt dat de rentevergoeding over gemiste kinderopvangtoeslag incorrect is berekend. Het bedrag is onjuist vastgesteld op € 6.389. Het juiste bedrag is € 6.411. De Commissie adviseert UHT, conform haar eigen standpunt, het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.

Vergoeding voor immateriële schade

Nu de Commissie het bezwaar met betrekking tot de toeslagrente gegrond acht, adviseert zij om de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar en daarbij alle, ingevolge de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie deels gegrond is, adviseert de Commissie om het verzoek om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter