BAC 2025-16791
Publicatiedatum 08-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 30 december 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 22 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 31 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 1 juni 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 en 2010. In overleg met belanghebbende is het verzoek gewijzigd naar de jaren 2008 tot en met 2011.
- UHT heeft bij besluit van 24 augustus 2023, met kenmerk UHT-CHR MGU, aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 (Catshuisregeling).
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 13 december 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2008 tot en met 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 14 januari 2025, ingekomen op 14 januari 2025, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 25 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 22 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Gemachtigde heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht,
op 6 februari 2026 aangegeven dat belanghebbende geen stukken kan overleggen waaruit blijkt dat er over toeslagjaar 2011 kinderopvang is afgenomen. - Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend. Om deze vragen te kunnen beantwoorden zal de Commissie ingaan op de volgende onderwerpen:
- Persoonlijk dossier;
- Stopzetting van de kinderopvangtoeslag in toeslagjaar 2011;
- Proceskostenvergoeding.
Persoonlijk dossier
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie/beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Stopzetting KOT in 2011
Belanghebbende heeft aangevoerd dat zij de KOT voor 2011 niet zelf stopgezet heeft. B/T heeft de KOT van belanghebbende aangepast naar aanleiding van een door belanghebbende doorgegeven wijziging. Op 27 januari 2011 heeft belanghebbende telefonisch haar KOT per 1 februari 2011 stopgezet (productie 1211006). Dit is door B/T aan belanghebbende bevestigd met de beslissing van
11 februari 2011 waarin haar KOT per 1 februari 2011 is stopgezet (productie 1211007). B/T had geen reden om te twijfelen aan de juistheid van deze stopzetting. Hoewel de KOI-viewer is ingevuld tot en met 15 maart 2011, is er geen enkele indicatie dat er kinderopvangtoeslag voor de maanden februari en maart is aangevraagd. Evenmin is gebleken dat belanghebbende tegen de stopzetting van de KOT per 1 februari 2011 in bezwaar is gegaan. Ook heeft belanghebbende geen gegevens aan de Commissie overgelegd waaruit blijkt dat belanghebbende over toeslagjaar 2011 ook op of na 1 februari 2011 kinderopvang heeft afgenomen. Naar het oordeel van de Commissie kan niet gesteld worden dat er sprake is van vooringenomen handelen.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar tegen het besluit van 30 december 2024 met kenmerk UHT-DCHOA ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter