BAC 2025-16785
Publicatiedatum 06-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 augustus 2024 met kenmerk UHT-DCHOA
Hoorzitting: 12 mei 2026
Overdracht advies aan UHT: 26 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve besluit beoordeling kinderopvangtoeslag van 21 augustus 2024 met kenmerk UHT-DCHOA (hierna: het bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 en 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 18 september 2023 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 en 2009 (hierna: de betrokken jaren).
- UHT heeft belanghebbende bij besluit van 5 december 2023 (“eerste toets
€ 30.000”) meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor dit bedrag. - UHT heeft belanghebbende bij besluit van 21 juni 2024 meegedeeld dat zij over de jaren 2008 en 2009 voorlopig geen recht heeft op compensatie op grond van de drie herstelregelingen.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 8 augustus 2024 aan UHT uitgebracht. De CvW heeft geadviseerd dat in de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft met het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2008 en 2009.
- De gemachtigde heeft bij brief van 9 december 2024 bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit.
- UHT heeft op 25 september 2025 schriftelijk op het bezwaarschrift gereageerd.
- Op 12 mei 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van deze hoorzitting is een verslag gemaakt, dat aan dit advies is gehecht.
- Dit advies is uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
Belanghebbende stelt dat zij niet beschikt over het procesdossier. Op grond van artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is het bestuurs-orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen verplicht de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de gemachtigde ter beschikking te stellen. Hieronder vallen onder meer het overzicht van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC-overzicht) over de toeslagjaren 2008 en 2009 en het informatie- en beoordelingsformulier (met tijdlijn).
De Commissie stelt vast dat UHT op 27 juni 2025 het ouderdossier heeft toegezonden.
De Commissie heeft gemachtigde op 16 februari 2026 in het bezit gesteld van het ouderdossier, inclusief de beschouwing van 25 september 2025. Aan het ouder-dossier zijn daarbij de producties 2800001 tot en met 2800004 toegevoegd.
Gemachtigde is daarmee in het bezit gesteld van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
Deze bezwaargrond treft, gelet op het voorgaande, geen doel.
Het motiverings-en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig en deugdelijk is gemotiveerd.
De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het daaraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat UHT het bestreden besluit uitvoerig en goed onderbouwd heeft gemotiveerd. In de beschouwing van
25 september 2025 heeft UHT, met verwijzing naar diverse producties van de onderliggende stukken, op een inzichtelijke wijze toegelicht waarom belang-hebbende over de betrokken jaren geen recht heeft op compensatie. Gelet hierop treft deze bezwaargrond geen doel.
Reguliere bijstellingen voor de toeslagjaren 2008 en 2009
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2008 en 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel voor belanghebbende te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen van de KOT over deze toeslagjaren berustten op de vaststelling dat eerder te hoge voorschotten waren toegekend. Deze voorschotten zijn naar aanleiding van reguliere wijzigingen opnieuw berekend. De Commissie ziet geen aanleiding voor het oordeel dat deze bijstellingen niet overeenkomstig de wettelijke systematiek hebben plaatsgevonden.
De Commissie overweegt verder dat B/T in beginsel mocht uitgaan van de door de bewindvoerder namens belanghebbende verstrekte informatie dat over de toeslagjaren 2008 en 2009 geen gebruik is gemaakt van kinderopvang.
Van concrete aanknopingspunten op grond waarvan B/T destijds aan de juistheid van die informatie had moeten twijfelen, is de Commissie niet gebleken. De enkele stelling van belanghebbende in bezwaar dat wel sprake is geweest van kinder-opvang, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen, temeer nu die stelling niet, althans onvoldoende, met verifieerbare gegevens of stukken is onderbouwd. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat B/T de KOT over 2008 en 2009 niet op basis van de namens belanghebbende ingediende antwoordformulieren mocht stopzetten.
Daarbij weegt de Commissie mede mee dat niet is gebleken dat belanghebbende bezwaar heeft gemaakt tegen de nihil beschikkingen over 2008 en 2009. Dat is op zichzelf niet doorslaggevend, maar ondersteunt wel het oordeel dat destijds kennelijk geen concrete aanleiding is gezien om de juistheid van die beschikkingen gemotiveerd te betwisten.
De bijstellingen over deze toeslagjaren geven voorts in beginsel geen aanspraak op een hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Evenmin is gebleken van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook geen aanspraak bestaat op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter