BAC 2025-16777
Publicatiedatum 21-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 29 januari 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 21 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 18 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren, alsnog aan belanghebbende een compensatie op grond van vooringenomenheid toe te kennen voor toeslagjaar 2017 en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 29 januari 2024 (bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2018.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 25 augustus 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2015 tot en met 2018.
- UHT heeft bij besluit van 9 november 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- UHT heeft bij bestreden besluit van 29 januari 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2015 tot en met 2018.
- Gemachtigde heeft bij brief van 30 oktober 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 4 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft bij brief van 8 januari 2026 het bezwaarschrift aangevuld.
- Op 21 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- De Commissie heeft op 28 januari 2026 aan partijen medegedeeld dat zij zich voldoende geïnformeerd acht om tot een advies te komen.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Gemachtigde heeft op de hoorzitting aangegeven dat over toeslagjaren 2015 en 2016 geen opmerkingen zijn. De Commissie zal deze jaren daarom buiten beschouwing laten en zich beperken tot de toeslagjaren 2017 en 2018.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige ouderdossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De beschouwing en de daaraan ten grondslag gelegde stukken zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT hiermee heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.
Toeslagjaar 2017
Voor toeslagjaar 2017 is de KOT op 29 mei 2020 definitief vastgesteld op €1.166,-(productie 1217013). De neerwaartse bijstelling vond zijn grond in gegevens die Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) had ontvangen van de KOI en de gewerkte uren (producties 2700003, 1217015, 1217016 en 1217006).
Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde toegelicht dat de KOT in 2020 is verlaagd op basis van UWV-informatie. Daarbij is belanghebbende niet in de gelegenheid gesteld om toe te lichten dat zij een bijstandsuitkering had en een re-integratie traject volgde waarnaast zij tevens een beperkt aantal uren werkte. In plaats daarvan zijn haar uitsluitend vragen gesteld over haar gewerkte uren en haar inschrijving bij DUO en is vervolgens de KOT verlaagd. Belanghebbende merkt dit aan als vooringenomen handelen.
UHT stelt zich op het standpunt dat belanghebbende op 14 augustus 2017 in de gelegenheid is gesteld een antwoordformulier in te vullen en de gevraagde bewijsstukken te overleggen, te weten een kopie van de schriftelijke overeenkomst met de kinderopvanginstelling (hierna: KOI), kopieën van alle facturen, bankafschriften waaruit betaling van de kinderopvangkosten blijkt en een bewijs van inschrijving bij DUO (productie 1217003). Op het formulier had belanghebbende volgens UHT tevens overige relevante informatie kunnen vermelden. UHT volgt het standpunt van belanghebbende dat sprake is geweest van vooringenomenheid dan ook niet.
De Commissie overweegt dat aan belanghebbende middels het formulier niet is gevraagd stukken toe te sturen die haar doelgroeperschap onderbouwen zoals het re-integratie traject dat zij volgde. B/T is er ten onrechte vanuit gegaan dat de opleiding die belanghebbende volgde niet aan de voorwaarden voldeed nu B/T heeft verzuimd navraag te doen of deze opleiding in het kader van een re-integratietraject werd gevolgd.
Belanghebbende kon dan ook niet weten dat dit niet bekend was bij B/T. De terugvordering heeft tot aanzienlijke problemen voor belanghebbende geleid. Uit het dossier volgt dat zij opvang heeft afgenomen voor beide kinderen en voldeed aan de voorwaarden voor KOT, nu zij een opleiding volgde en een re-integratietraject doorliep. Ter onderbouwing heeft zij een arbeidsovereenkomst, een opvangovereenkomst met facturen en een toelichting overgelegd, waarin zij aangeeft (nog) geen bewijsstukken van haar studie te kunnen verstrekken (productie 1217004).
B/T heeft nagelaten nadere informatie bij belanghebbende op te vragen alvorens de KOT te verlagen op basis van de gewerkte uren, dit is vooringenomen. Uit de stukken in het dossier volgt dat belanghebbende ook kinderopvang heeft afgenomen. De Commissie adviseert UHT daarom om voor toeslagjaar 2017 alsnog compensatie toe te kennen wegens vooringenomen handelen.
Toeslagjaar 2018
Met betrekking tot toeslagjaar 2018 is de KOT op 21 april 2018 neerwaarts bijgesteld naar €0,- (productie 1218003). De neerwaartse bijstelling hield verband met een stopzetting die door belanghebbende is doorgegeven per 31 december 2017 (productie 2700003).
Op de hoorzitting heeft gemachtigde aangevoerd dat de stopzetting (productie 2700002) niet door belanghebbende is doorgegeven. Belanghebbende vermoedt dat mogelijk de KOT is stopgezet door de KOI. De zoon van belanghebbende werd 4 jaar, maar de KOT is toen ook voor haar dochter gestopt. De KOI-viewer geeft aan dat de zoon van belanghebbende in 2018 naar de opvang is geweest in de periode 21 mei 2017 tot en met 31 december 2018. De opvang heeft belanghebbende zelf bekostigd en dit heeft uiteindelijk geleid tot financiële problemen. UHT stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat de stopzetting niet door belanghebbende is doorgegeven.
De Commissie begrijpt dat bij de stopzetting evident iets is misgegaan. Daarbij overweegt de Commissie dat belanghebbende na deze stopzetting geen nieuwe aanvraag voor KOT heeft ingediend. De vraag die echter voorligt is of B/T vooringenomen heeft gehandeld door van de stopzetting uit te gaan die door/namens belanghebbende is binnengekomen. De Commissie ziet geen aanknopingspunten om te concluderen dat B/T op dit punt vooringenomen heeft gehandeld. De Commissie adviseert UHT dat deze bezwaargrond niet tot gegrondheid van het bezwaar kan leiden.
Proceskostenvergoeding
Nu het bestreden besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren, het primaire besluit te herroepen en om:
- aan belanghebbende alsnog een compensatie op grond van vooringenomenheid toe te kennen voor toeslagjaar 2017;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter