BAC 2025-16752
Publicatiedatum 12-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 maart 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 7 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 19 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 maart 2024 (UHT-DCHOA), hierna: bestreden besluit.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 19 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 tot en met 2012.
- UHT heeft bij besluit van 30 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 26 februari 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2012.
- Belanghebbende heeft bij brief van 2 mei 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 22 oktober 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 25 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 7 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Gemachtigde heeft, zoals ter zitting besproken, op 11 januari 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen. Tijdens de hoorzitting is gebleken dat enkel de afwijzing voor toeslagjaar 2012 in het geding is.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat de beschikking van 21 april 2012, waarin de hoogte van het voorschot kinderopvangtoeslag 2012 bepaald is op €12.506, onjuist is. Volgens haar zou ten onrechte zijn uitgegaan van een hoger toetsingsinkomen. Zij heeft geen wijziging in haar toetsingsinkomen doorgegeven en haar toetsingsinkomen is gedurende het jaar gelijk gebleven. Daarnaast heeft belanghebbende aangevoerd dat de opvang niet in september 2012 was beëindigd, zoals bij de derde verlaging in 2012 kenbaar wordt gemaakt. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat B/T ten aanzien van beide wijzigingen vooringenomen heeft gehandeld.
UHT bestrijdt dat en stelt dat belanghebbende op 12 maart 2012 telefonisch een hoger toetsingsinkomen heeft doorgegeven (productie 2700009). Naar aanleiding hiervan heeft B/T het toetsingsinkomen aangepast van €7.711 naar €18.861. Op 6 januari 2015 is vervolgens de definitieve beschikking voor toeslagjaar 2012 vastgesteld, waarbij het inkomen is bepaald op €20.290. Het definitieve toetsingsinkomen ligt hiermee in lijn met het eerder door belanghebbende doorgegeven toetsingsinkomen. UHT ziet daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze vaststelling.
Ten aanzien van de stopzetting stelt UHT dat op 3 oktober 2012 via een elektronische melding, ingediend met gebruikmaking van de digitale identiteit van belanghebbende, een stopzetting is doorgegeven (productie 2700010). Uit deze melding volgt dat de stopzetting dient in te gaan per 1 november 2022. Uit de door belanghebbende ingestuurde jaaropgave (productie 1212009) en de gegevens uit de KOI-viewer (productie 1212012) volgt dat kinderopvang is afgenomen tot en met 30 september 2012, hetgeen ook definitief is beschikt. UHT ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de doorgegeven stopzetting.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2012 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2012 was gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Uit het dossier blijkt dat de wijzigingen in de KOT door belanghebbende zelf zijn doorgevoerd. Daarnaast liggen de wijzigingen in lijn met andere objectieve informatie uit het ouderdossier, zoals het definitief vastgestelde inkomen van belanghebbende, de ingestuurde jaaropgave en de gegevens in de KOI-viewer. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Ook was er geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding.
De Commissie concludeert dat de aangevoerde bezwaargronden niet tot gegrondverklaring van het bezwaar kunnen leiden en adviseert UHT dienovereenkomstig te beslissen.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het bezwaar gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter