Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16708

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 mei 2022 (met kenmerken: UHT-DC I; UHT-DC I A; UHT-DH A; UHT-DH5 A) (verder onder meer: de bestreden besluiten)

Hoorzitting: 27 februari 2026 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 27 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.

Onderwerp van advies

De door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 31.897 voor het jaar 2014 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2012, 2013, 2018 en 2019.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 19 juni 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2014 en 2015. Na overleg met belanghebbende zijn uiteindelijk de jaren 2012, 2013, 2014, 2018 en 2019 beoordeeld.
  • UHT heeft bij besluit van 23 juni 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 in het kader van de zogenoemde Catshuisregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 27 december 2021 aan UHT een advies toegestuurd en geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 49b van de Awir en de hardheidscompensatie van artikel 49 van de Awir niet van toepassing zijn voor de toeslagjaren 2012, 2013, 2018 en 2019. 
  • UHT heeft bij het bestreden besluit met kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende een compensatie van € 31.897 toegekend voor het jaar 2014.
  • UHT heeft bij bestreden besluiten met kenmerken UHT-DC-I A, UHT-DH5 A en
  • UHT-DH A geen compensatie toegekend voor de jaren 2012, 2013, 2018 en 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 februari 2024 tegen de bestreden besluiten een bezwaarschrift ingediend.
  • Op 17 juni 2025 heeft gemachtigde het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 28 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 27 februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 12 maart 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 13 maart 2026 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Naar aanleiding van hetgeen is besproken tijdens de hoorzitting stelt de Commissie vast dat er geen bezwaren meer zijn tegen de jaren 2014, 2018 en 2019. De omvang van het geschil spitst zich enkel nog toe op de jaren 2012 en 2013. De Commissie ziet zich dan ook geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht heeft besloten de jaren 2012 en 2013 niet als, kortweg, compensatiejaren aan te merken.

Toeslagjaar 2012
De Commissie stelt vast dat UHT in haar aanvullende beschouwing van 12 maart 2026 in voor belanghebbende gunstige zin is teruggekomen  op haar eerdere standpunt dat voor dit jaar geen sprake is van vooringenomen handelen.
De Commissie adviseert UHT deze toezegging bij de beslissing op bezwaar gestand te doen en daarom de door belanghebbende op dit punt opgeworpen bezwaren gegrond te verklaren en de desbetreffende besluiten in zoverre te herroepen.

Toeslagjaar 2013
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2013 vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over dit jaarn was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend.

Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.
Er zijn  ook geen aanwijzingen dat er sprake is van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat er evenmin  aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Slot
De Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag deels ontkennend beantwoordend, zal UHT daarom adviseren de bezwaren deels gegrond te verklaren en de bestreden besluiten met kenmerken UHT-DC-I A  UHT-DH5-A deels te herroepen.

Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand
Nu het bezwaar gericht tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DC-I A en kenmerk UHT-DH5-A naar het oordeel van de Commissie deels gegrond is, adviseert de Commissie UHT de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren  en om:

  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
  • de, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en de bestreden beschikking in zo verre te herroepen;
  • de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
  • compensatie voor het jaar 2012 toe te kennen op grond van vooringenomenheid;

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter