Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16672

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 februari 2024 (UHT-DCHO)

Overdracht advies aan UHT: 20 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 23 februari 2024 met kenmerk UHT-DCHO (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 43.950 voor de jaren 2007 en 2008 en een tegemoetkoming Opzet/Grove Schuld (hierna: O/GS) voor het jaar 2008. Er is geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 en 2006.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 26 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 en 2008. In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar zijn de jaren 2005 en 2006 daaraan toegevoegd.
  • UHT heeft bij besluit van 18 september 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 26 februari 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2005 en 2006 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende compensatie toegekend voor een bedrag van € 43.950 voor het jaar 2007 op grond van vooringenomenheid en het jaar 2008 grond van hardheid. Daarnaast is een tegemoetkoming O/GS voor het jaar 2008 toegekend. Er is geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 en 2006.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 2 april 2024, ingekomen op 2 april 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 28 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 14 februari 2026 heeft gemachtigde per e-mail de Commissie verzocht de zaak op de stukken af te doen. De Commissie ziet daarom, op grond van artikel 7:3, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), af van het horen van belanghebbende.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat de bezwaren ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2005 en 2006 af te wijzen. Daarnaast ziet de Commissie zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2007 en 2008 op de juiste wijze heeft berekend.

Onderliggende stukken
Belanghebbende verzoekt in het kader van deze bezwaarprocedure om een afschrift van het volledige dossier aan gemachtigde te verstrekken. Op grond van artikel 6:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het bezwaar te beslissen, verplicht de op de zaak betrekking hebbende stukken – waaronder het informatie- en beoordelingsformulier met tijdlijn, het SAS-rapport, de RKT-bestanden en de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC-overzichten) – in ieder geval aan de gemachtigde ter beschikking te stellen.

De Commissie stelt vast dat de gemachtigde op 19 maart 2025 in het bezit is gesteld van al deze op de zaak betrekking hebbende stukken. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2005
Uit de onderliggende stukken is gebleken dat de KOT van belanghebbende is verlaagd naar aanleiding van een door Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) gedaan verzoek om informatie. Belanghebbende ontvangt hierover op 30 mei 2005 een brief en heeft daarop gereageerd door twee plaatsingsovereenkomsten op te sturen. Vervolgens verlaagt B/T de KOT op basis van één van de twee plaatsingsovereenkomsten. Daarmee heeft B/T slechts een gedeelte van de ontvangen informatie in acht genomen. Op 10 oktober 2006 is belanghebbende in bezwaar gegaan tegen de verlaging van de KOT, maar B/T stelt op 30 oktober 2006 de KOT opnieuw vast op het verlaagde bedrag. Op 15 mei 2009 herstelt B/T het recht op KOT en verhoogt deze weer naar het oorspronkelijke bedrag. UHT acht het aannemelijk dat belanghebbende schade heeft geleden, doordat B/T de termijn van zes weken in bezwaar niet in acht heeft genomen. Zij stelt zich op het standpunt dat B/T in de bezwaarfase vooringenomen heeft gehandeld door de bewijsstukken te streng te beoordelen en door deze niet volledig in acht te nemen. De Commissie ziet geen aanleiding om van dit standpunt af te wijken en adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2006
De KOT van belanghebbende is in dit toeslagjaar verhoogd op basis van een lager vastgesteld toetsingsinkomen. Van een verlaging is geen sprake. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de aanpassing van de KOT voor het toeslagjaar 2006 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Het voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeen-stemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening
In haar beschouwing heeft UHT betreffende de toeslagjaren 2007 en 2008 toegelicht dat component A in de compensatieberekening verkeerd is berekend en moet worden aangepast. Dit heeft tot gevolg dat de componenten C, E en H ook moeten worden aangepast. Bij haar beschouwing heeft UHT een nieuwe compensatieberekening bijgevoegd. De Commissie adviseert UHT deze compensatieberekening dienovereenkomstig toe te passen in de beslissing op bezwaar. Daarbij merkt zij op dat de vergoeding van de immateriële schade en de rente gemiste KOT dienen te worden doorberekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCHO naar het oordeel van de Commissie deels gegrond is, adviseert de Commissie om het verzoek om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van één procespunt met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter