Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16670

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 22 juni 2023 (UHT-DCHA)

Overdracht advies aan UHT: 6 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding voor de proceskosten af te wijzen.

Onderwerp van advies

Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 juni 2023 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2009 tot en met 2013, 2018 en 2019 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 27 mei 2022 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, vooralsnog geen recht heeft op een betaling van € 30.000.
  • Op 31 mei 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013, 2018 en 2019 geen herstelregeling van toepassing is.
  • Bij brief van 22 juni 2023 is het bestreden besluit genomen.
  • Bij brief van 31 januari 2024 heeft gemachtigde tegen het besluit bezwaar gemaakt.
  • Op 25 september 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Bij e-mailbericht van 23 december 2025 heeft gemachtigde meegedeeld dat hij noch belanghebbende ter hoorzitting zullen verschijnen. De Commissie heeft daarom besloten op basis van de stukken advies uit te brengen.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid heeft dit advies behandeld.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Herbeoordeelde toeslagjaren

De Commissie stelt vast dat er met betrekking tot de toeslagjaren 2009, 2010, 2012 en 2019 geen neerwaartse bijstellingen hebben plaatsgevonden. Compensatie is in dat geval, in beginsel, niet aan de orde.

De KOT voor 2011, 2013 en 2018 is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, bijgesteld naar aanleiding van onder meer door belanghebbende zelf aangeleverde informatie. Uit die informatie volgt dat in deze jaren minder kinderopvanguren zijn afgenomen dan waarop de voorschotbeschikkingen waren gebaseerd. Ook is sprake van een wijziging van het toetsingsinkomen en heeft belanghebbende haar KOT stopgezet. Daarnaast bleek de opvangperiode in 2013 ook korter te zijn dan waarop de KOT zag. De LIC-overzichten en de andere stukken uit het dossier die UHT heeft aangeleverd geven de Commissie geen aanleiding om aan te nemen dat deze onjuist zijn.

De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen, aanspraak op een lager bedrag kan komen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.

De Commissie begrijpt dat het terugbetalen van de KOT voor belanghebbende niet makkelijk zal zijn geweest, maar haar situatie houdt uiteindelijk geen verband met de problematiek waarvoor de hersteloperatie in het leven is geroepen.

Proceskostenvergoeding

Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren ongegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2, Awb niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bestreden besluit niet te herroepen;
  • het bezwaar ongegrond te verklaren;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter