Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16654

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 oktober 2024 met kenmerk UHT-DCHOA

Hoorzitting: 12 mei 2026

Overdracht advies aan UHT: 21 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag van 23 oktober 2024 met kenmerk UHT-DCHOA (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2011 tot en met 2014 en 2016 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 5 april 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011 tot en met 2019.
    In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar is dit aangepast naar de jaren 2011 tot en met 2014 en 2016 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2011 tot en met 2014 en 2016 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 2 december 2024, ingekomen op 3 december 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 23 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 12 mei 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Ouderdossier
Belanghebbende heeft UHT verzocht de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden. De Commissie constateert dat het ouderdossier op 16 juni 2025 aan belanghebbende is toegezonden.

De beschouwing en de daaraan ten grondslag gelegde stukken zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT hiermee heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert dan ook om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen.

De Commissie is van oordeel dat UHT de bestreden beschikking op uitvoerige en draagkrachtige wijze heeft gemotiveerd en zorgvuldig heeft voorbereid.
Met de beschouwing van 23 september 2025 heeft UHT een uitgebreide toelichting gegeven, onder meer aan de hand van het LIC-overzichten en het SAS-rapport en overige relevante stukken. Deze documenten maken onderdeel uit van de onderliggende stukken. De Commissie adviseert dan ook om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Reguliere bijstellingen
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2011 tot en met 2014 en 2016 tot en met 2019 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De terugvorderingen KOT over deze jaren waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie adviseert het primaire besluit niet te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter