BAC 2025-16637
Publicatiedatum 14-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 12 september 2024 (UHT-DC)
Hoorzitting: 21 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 29 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
De gemachtigde heeft namens de belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 september 2024 waarbij belanghebbende is meegedeeld:
- dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2009 en 2010 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- Bij brief van 11 juli 2022 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, vooralsnog geen recht heeft op een betaling van € 30.000.
- Bij brief van 12 september 2024 is het bestreden besluit genomen.
- Bij brief van 26 september 2024 heeft gemachtigde tegen dit besluit bezwaar Gemaakt.
- Op 24 september 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 21 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Herbeoordeelde toeslagjaren
Op 10 januari 2010 heeft belanghebbende een aanvraag gedaan voor KOT voor 2009, vanwege opvang bij de kinderopvang. De aanvraag is voor 2010 automatisch gecontinueerd. Bij besluit van 26 januari 2010 is het voorschot KOT voor 2009 vastgesteld op € 20.157. Bij navraag, blijkens een (interne) memo van 22 april 2010, is gebleken dat de kinderen van belanghebbende niet werden opgevangen bij de kinderopvang. Evenmin blijkt uit de koiviewer dat de kinderen van belanghebbende elders opvang hebben genoten. De Commissie heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de producties waaruit dit blijkt.
Hoewel er aanwijzingen zijn voor institutioneel vooringenomen handelen van de Belastingdienst/Toeslagen, zo zijn er voorafgaand aan de stopbrief van
24 december 2010 geen vraagbrieven verzonden naar belanghebbende, kan dit haar niet baten, omdat niet is gebleken dat de kinderen van belanghebbende in 2009 en 2010 gekwalificeerde opvang hebben genoten en zij daarmee recht had op KOT.
De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast.
Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag kan uitkomen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigde vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren ongegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2, Awb niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaar ongegrond te verklaren;
- geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter