BAC 2025-16628
Publicatiedatum 18-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 17 juni 2024 (UHT-DCHO)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 1 juni 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag van 17 juni 2024 met kenmerk UHT-DCHO (hierna: het bestreden besluit).
Belanghebbende wordt thans bijgestaan door gemachtigde.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €23.129,-, aangevuld tot €30.000,-op grond van de Catshuisregeling, voor de jaren 2008 en 2009 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2010 en 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 19 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2013. In overleg met belanghebbende heeft UHT de jaren 2007 tot en met 2011 herbeoordeeld.
- UHT heeft bij beschikking van 18 september 2021 aan belanghebbende meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 7 mei 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat UHT zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, Wht niet van toepassing is voor de jaren 2007, 2010 en 2011.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €23.129,- voor de jaren 2008 en 2009 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2010 en 2011.
- Belanghebbende heeft bij brief van 29 juli 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 25 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 4 mei 2026 heeft gemachtigde aan de Commissie gemeld dat belanghebbende geen gebruik maakt van de mogelijkheid de bezwaren op de hoorzitting op 6 mei 2026 toe te lichten. Gemachtigde heeft verzocht om de gelegenheid om aanvullende bezwaargronden in te dienen maar van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn. De Commissie ziet op grond van artikel 7:3 onder c van de Algemene wet bestuursrecht af van het horen van belanghebbende en adviseert op basis van de aan haar bekende stukken.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2008 en 2009 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2007, 2010 en 2011 af te wijzen.
Belanghebbende betoogt dat voor de jaren 2007, 2010 en 2011 ten onrechte geen compensatie is toegekend.
Toeslagjaren 2007 en 2010
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2007 en 2010 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De verlaging van de KOT over deze toeslagjaren was gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. De Commissie ziet geen aanleiding voor het toekennen van een tegemoetkoming wegens O/GS. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2011
Volgens artikel 2.1, lid 1 van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T. Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT deed dit zich voor in het jaar 2011 omdat belanghebbende in dat jaar geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Belanghebbende heeft de juistheid van dat standpunt niet bestreden en bovendien verklaard dat haar zoon tot en met 2010 naar de opvang is geweest en vanaf 2011 naar de basisschool ging.
Volgens het eigen beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. De Commissie stelt vast dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. Belanghebbende komt voor het jaar 2011 dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Compensatieberekening toeslagjaren 2008 en 2009
UHT stelt in de beschouwing dat de rentevergoeding voor gemiste KOT onjuist is berekend; voor 2008 had het bedrag €5.109,- moeten zijn in plaats van €5.117,- en voor 2009 had het bedrag €1.980,- moeten zijn in plaats van €1.983,-. Omdat de gemaakte fout telkens in het voordeel van belanghebbende is, zullen de bedragen niet worden aangepast.
De Commissie neemt hiervan met instemming kennis.
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter