BAC 2025-16597
Publicatiedatum 08-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 13 december 2023 (UHT-DCHOA, UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 12 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 1 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 13 december 2023 (UHT-DCHOA en UHT-O OGS B).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2010 tot en met 2012 en een tegemoetkoming voor onterechte O/GS ten aanzien van het toeslagjaar 2011 toegekend ten bedrage van € 1.456.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 16 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 tot en met 2012.
- UHT heeft bij beschikking van 24 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHOA aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2010 tot en met 2012.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-O OGS B een tegemoetkoming voor onterechte O/GS toegekend voor een bedrag van € 1.456.
- Belanghebbende heeft 13 december 2023 tegen de bestreden beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 15 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 12 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Toeslagjaar 2010
De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niets is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over het toeslagjaar 2010. Belanghebbende heeft ook niet gesteld dat zij over 2010 KOT heeft moeten terugbetalen. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over dit toeslagjaar schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van de Belastingdienst /Toeslagen (hierna B/T), die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. Daarom komt belanghebbende over 2010 niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Toeslagjaar 2011
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2011 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De neerwaartse wijziging in KOT over het toeslagjaar 2011 was gelegen in door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen in het aantal opvanguren.
Deze bijstelling is in overeenstemming met de wet uitgevoerd. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2012
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2012 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De neerwaartse wijziging in KOT over het toeslagjaar 2012 was gelegen in een stopzetting van de KOT door belanghebbende zelf per 31 juli 2012.
In het dossier is een TVS-melding van de desbetreffende stopzetting opgenomen. Belanghebbende heeft ook niet betwist dat zij de KOT zelf heeft stopgezet.
Deze bijstelling is in overeenstemming met de wet uitgevoerd. De Commissie adviseert UHT om het bestreden besluit op dit onderdeel in stand te laten.
Werkelijke schade
Belanghebbende stelt dat zij meer schade heeft geleden dan waarvoor aan haar compensatie is toegekend. In dit kader heeft belanghebbende ter zitting gesteld dat zij de KOT over het toeslagjaar 2012 uitsluitend heeft stopgezet omdat zij zich hiertoe genoodzaakt voelde – uit angst voor verdere terugvorderingen.
Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor zijn de procedures waarbij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) advies uitbrengt en bij de Stichting (Gelijk)waardig Herstel en MijnHerstel bestemd.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter