Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16595

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 december 2023 (UHT-DCH)

Overdracht advies aan UHT: 23 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Daarnaast adviseert zij om het verzoek om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag van 6 december 2023.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 70.905 voor de toeslagjaren 2006, 2007 en 2008. Er is geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor de toeslagjaren 2009 en 2010.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 19 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2006 tot en met 2010.
  • UHT heeft bij besluit van 8 mei 2021, met kenmerk UHT-B DMB2 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling, maar dat de beoordeling nog niet is afgerond.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 20 juli 2023 aan UHT geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 2.1 lid 1 van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2009 en 2010.
  • UHT heeft bij voorlopige vooraankondiging van 27 september 2023, met kenmerk UHT-VCH, aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 69.417.
  • UHT heeft bij het bestreden definitieve besluit herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 6 december 2023, met kenmerk UHT-DCH, aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 70.905 voor de toeslagjaren 2006, 2007 en 2008. Er is geen vergoeding toegekend voor de toeslagjaren 2009 en 2010.
  • Mevrouw X, voormalig gemachtigde van belanghebbende, heeft bij brief van 12 januari 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 juni 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 7 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 5 maart 2026 was er een hoorzitting gepland, maar gemachtigde heeft de Commissie op 3 maart 2026 verzocht de zaak op stukken af te doen, omdat UHT in haar schriftelijke beschouwing en met de herziene compensatieberekening aan het bezwaar tegemoet is gekomen.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De compensatieberekening
Belanghebbende stelt in haar bezwaar dat de immateriële schade niet juist berekend is en moet worden aangepast. Als gevolg hiervan wijzigt ook de 1%- vergoeding. In haar schriftelijke reactie heeft UHT de componenten en de hoogte hiervan concreet toegelicht en de compensatieregeling volledig heroverwogen. UHT heeft geconstateerd dat er een aantal fouten in de compensatieberekening zit.

Invorderingsrente- en kosten (component i)
Hier is een bedrag van € 5 opgenomen terwijl dit € 0 had moeten zijn.

Rentevergoeding over gemiste KOT (component o)
De toeslagrente over gemiste KOT, component o van de compensatieberekening is onjuist vastgesteld. Er is bij de toeslagjaren 2006, 2007 en 2008 als einddatum
5 december 2023 gehanteerd, terwijl dit 6 december 2023 had moeten zijn. Dit heeft als gevolg gehad dat er voor 2006 een bedrag van € 22.921 is toegekend, in plaats van € 22.927 en voor 2007 is een bedrag van € 9.866 toegekend, in plaats van € 9.869. Voor 2008 is ondanks de onjuiste einddatum toch het correcte bedrag toegekend.

Immateriële schadevergoeding (component n)
UHT heeft als startdatum van de periode waarover de immateriële schadevergoeding wordt berekend de datum 29 mei 2009 gehanteerd. Dat was de datum van de interne behandelstap om de KOT van belanghebbende stop te zetten. UHT heeft aangegeven dat de startdatum 16 september 2010 had moeten zijn. Dat is de dagtekening van de brief waarin werd aangekondigd dat de hoogte van de KOT zou veranderen.

UHT heeft in haar beschouwing toegezegd de compensatieberekening bij de beslissing op bezwaar aan te passen. In dat kader heeft UHT een herziene compensatieberekening opgesteld. UHT zal het bedrag van component i ongewijzigd te laten, omdat deze fout in het voordeel van belanghebbende is.
De rentevergoeding over gemiste KOT zal voor 2006, 2007 en 2008 worden aangepast bij de beslissing op bezwaar. Hoewel UHT in haar beschouwing heeft aangegeven de startdatum van de immateriële schade bij haar beslissing op bezwaar te wijzigen naar 16 september 2010, heeft UHT hier blijkens haar herziene compensatieberekening toch vanaf gezien. In de herziene compensatieberekening is namelijk wederom 29 mei 2009 als startdatum genomen. De einddatum van de immateriële schade zal, ten gevolge van de fouten bij component o, doorlopen tot de datum van de beslissing op bezwaar. De 1%-vergoeding, component p, zal door deze aanpassingen ook wijzigen. Belanghebbende heeft aangegeven dat met de beschouwing en herziene compensatieberekening tegemoet gekomen wordt aan haar bezwaar.

De Commissie adviseert, gelet op de herziene compensatieberekening van UHT, het bezwaar gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herroepen.
Blijkens de herziene compensatieberekening zal dit leiden tot een nabetaling.

Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van één procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Daarnaast adviseert de Commissie om het verzoek tot een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter