BAC 2025-16590
Publicatiedatum 11-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 2 oktober 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 6 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 15 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskosten af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de op 2 oktober 2023 door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 7 mei 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). UHT heeft de toeslagjaren waarvoor KOT is aangevraagd herbeoordeeld, te weten de jaren 2010, 2011 en 2012.
- Op 8 maart 2022 heeft UHT op basis van de eerste toets aangegeven dat belanghebbende vooralsnog niet in aanmerking komt voor een betaling op grond van de Catshuisregeling.
- Bij beschikking van 2 oktober 2023 heeft UHT besloten dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2012.
- Op 15 december 2023 heeft gemachtigde gronden van bezwaar ingediend.
- Op 23 april 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 6 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- Naar aanleiding van de hoorzitting is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om binnen de termijn van één week eventueel nadere stukken aan te leveren. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2012.
Afgewezen toeslagjaren 2010 tot en met 2012
De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).
In de schriftelijke beschouwing en het bij het besluit gevoegde feitenoverzicht heeft UHT uitgebreid beschreven welke zowel opwaartse als neerwaartse wijzigingen in de KOT zich hebben voorgedaan. UHT stelt dat enkel in toeslagjaar 2010 één terugvordering van € 50 KOT heeft plaatsgevonden vanwege een hoger toetsingsinkomen. Voor toeslagjaar 2011 is er geen bijstelling geweest en is er ook geen KOT teruggevorderd. Voor toeslagjaar 2012 is de KOT op 24 juli 2012 door belanghebbende zelf per 1 oktober 2012 stopgezet. Uiteindelijk is de KOT voor toeslagjaar 2012 juist opwaarts bijgesteld vanwege een lager toetsingsinkomen. Ook voor toeslagjaar 2012 is geen KOT teruggevorderd. De beschreven wijzigingen worden ondersteund door de stukken in het bezwaardossier. Dat de KOT is stopgezet door de bewindvoerder van belanghebbende is niet relevant. Een bewindvoerder is immers een door de rechtbank aangestelde wettelijk vertegenwoordiger die dergelijke zaken voor de onder bewind gestelde dient te regelen.
Gelet op vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het standpunt van UHT onjuist te achten. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van KOT, institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend en in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en overgelegde stukken, waaronder de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum en de overige producties, is de beschikking van UHT voldoende gemotiveerd. De Commissie adviseert het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar ongegrond acht, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter