BAC 2025-16589
Publicatiedatum 17-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 23 november 2023 (UHT-VCH)
Hoorzitting: 13 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 28 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 23 november 2023 met kenmerk UHT-VCH (hierna: het bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 41.224,- voor de jaren 2007 tot en met 2010.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 12 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2010. Belanghebbende heeft , na overleg daartoe, haar verzoek om herbeoordeling van de jaren 2005 en 2006 ingetrokken, omdat zij voor die jaren geen KOT ontving.
- UHT heeft bij de bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 41.225,-.
- Belanghebbende heeft bij brief van 13 december 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Belanghebbende heeft bij brief van 13 april 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 6 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift
- Gemachtigde heeft bij brief van 3 april 2026 het bezwaarschrift aangevuld en aanvullende stukken ingediend.
- Op 13 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, per e-mail van 6 mei 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 11 mei 2026 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
De Commissie is van opvatting dat aan belanghebbende de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt. Daarmee is voldaan is aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. UHT heeft schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken (waaronder de betaal- en verrekenoverzichten over de betreffende jaren) en gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie ziet in de concrete stellingen van belanghebbende en UHT geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest voor het door UHT genomen besluit. Daarom adviseert de Commissie UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2007
Belanghebbende stelt dat de compensatieberekening over toeslagjaar 2007 onjuist is vastgesteld. Belanghebbende voert in dit verband onder meer aan dat een bedrag van € 726 aan de kinderopvanginstelling is uitbetaald, dat dit bedrag nooit aan belanghebbende ten goede is gekomen en dat dit bedrag ten onrechte in component f van de compensatieberekening in mindering is gebracht. Volgens belanghebbende volgt uit het LIC-overzicht over 2007 dat dit bedrag aan de kinderopvanginstelling is betaald.
Belanghebbende stelt verder dat correctie van component f ertoe moet leiden dat ook andere componenten, waaronder de wettelijke rente en de vergoeding voor immateriële schade, opnieuw moeten worden berekend. Daarnaast heeft belanghebbende aangevoerd dat voorafgaand aan de hoorzitting nadere stukken zijn overgelegd waaruit volgens belanghebbende volgt dat bedragen waarop belanghebbende in het verleden recht had, zijn verrekend en nooit door belanghebbende zijn ontvangen. Tijdens de hoorzitting is namens UHT bevestigd dat in de compensatieberekening fouten zijn gemaakt. De Commissie constateert daarnaast dat UHT in de bijlage bij de beschouwing heeft toegelicht dat de compensatieberekening op onderdelen onjuist is vastgesteld en dat sommige componenten in het voordeel van belanghebbende zijn vastgesteld, maar dat UHT onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom deze fouten per saldo niet leiden tot een hoger compensatiebedrag. Daarbij is van belang dat UHT niet kenbaar is ingegaan op het concrete standpunt van belanghebbende over het bedrag van
€ 726 dat aan de kinderopvanginstelling zou zijn uitbetaald en evenmin voldoende heeft toegelicht of, en zo ja op welke wijze, dit bedrag in component f had moeten worden verwerkt. Ook is onvoldoende gemotiveerd of de door belanghebbende overgelegde stukken over verrekeningen en niet ontvangen bedragen gevolgen hebben voor de compensatieberekening. Het ná de hoorzitting ingenomen standpunt van UHT dat geen fouten zijn gemaakt, is onvoldoende onderbouwd en kan, gelet op de gemotiveerde betwisting door belanghebbende, niet worden gevolgd. Daarbij komt dat dit standpunt niet strookt met de beschouwing van UHT en hetgeen ter zitting door de UHT-vertegenwoordiger is verklaard, waarin juist is erkend dat de compensatieberekening wel fouten bevat. De Commissie overweegt dat de motivering van de berekening op dit punt tekortschiet. Gelet op het karakter van de herstelprocedure is het wisselende standpunt van UHT niet alleen onnavolgbaar maar ook onbegrijpelijk. Deze handelswijze doet geen recht aan het herstelproces van belanghebbende en verdient derhalve de volle aandacht van UHT. UHT dient in de beslissing op bezwaar alsnog gemotiveerd in te gaan op de door belanghebbende aangevoerde punten en, indien daartoe aanleiding bestaat, de compensatieberekening over toeslagjaar 2007 overeenkomstig aan te passen. Daarbij dient tevens te worden betrokken de daarmee samenhangende componenten zoals wettelijke rente en immateriële schadevergoeding. De Commissie adviseert UHT dit bezwaaronderdeel gegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2008
De Commissie overweegt dat uit de bijlage bij de beschouwing blijkt dat ook de compensatieberekening over toeslagjaar 2008 op onderdelen onjuist is vastgesteld. Uit de overgelegde berekening volgt echter eveneens dat belanghebbende door deze onjuistheden niet zou zijn benadeeld. Ter onderbouwing daarvan is aangevoerd dat tegenover eventueel nadelige correcties voor belanghebbende gunstige uitkomsten in andere componenten staan. Daardoor blijft het totale compensatiebedrag per saldo gelijk. Belanghebbende heeft weliswaar aangevoerd dat de compensatieberekening niet juist is, hetgeen op zichzelf ook uit de beschouwing blijkt, maar heeft onvoldoende concreet gemaakt welke onderdelen van de berekening volgens haar onjuist zijn en op welke wijze de door haar overgelegde stukken zouden moeten leiden tot een ander, hoger compensatiebedrag. De Commissie ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat belanghebbende over dit toeslagjaar aanspraak heeft op een hogere compensatie. Voor zover de oorspronkelijke motivering ontoereikend was, is dat gebrek in bezwaar hersteld met de door UHT gegeven toelichting en de bijlage. De Commissie adviseert UHT om dit bezwaaronderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2009
UHT heeft in de beschouwing toegelicht dat de compensatieberekening over toeslagjaar 2009 niet juist is vastgesteld. Zo is component A ten onrechte vastgesteld op € 9.746 in plaats van € 9.749, waardoor ook andere componenten onjuist zijn berekend. Daar staat tegenover dat component O in het voordeel van belanghebbende te hoog is vastgesteld, omdat bij de berekening is uitgegaan van een onjuiste einddatum. UHT heeft toegelicht dat de compensatieberekening, ook na correctie van de geconstateerde fouten en uitgaande van de voor belanghebbende meest gunstige benadering, niet leidt tot een hoger compensatiebedrag dan het bedrag dat al is toegekend. De Commissie acht deze toelichting voldoende inzichtelijk. Belanghebbende heeft weliswaar aangevoerd dat de compensatieberekening niet juist is, wat op zichzelf ook uit de beschouwing volgt, maar heeft onvoldoende concreet gemaakt welke onderdelen van de berekening tot een hoger compensatiebedrag zouden moeten leiden. Ook is niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze de door belanghebbende overgelegde stukken tot een andere, voor belanghebbende gunstiger berekening moeten leiden. De Commissie overweegt daarom dat de geconstateerde fouten in de berekening over toeslagjaar 2009 niet kunnen leiden tot het door belanghebbende gewenste resultaat. De Commissie adviseert UHT dit bezwaaronderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2010
Uit de bijlage bij de beschouwing van UHT volgt dat ook de compensatieberekening over toeslagjaar 2010 onjuistheden bevat. Uit diezelfde bijlage blijkt echter dat correctie van die onjuistheden niet leidt tot een hoger compensatiebedrag dan het bedrag dat al in het voordeel van belanghebbende is gehanteerd. Voor zover componenten niet juist zijn vastgesteld, brengt herstel daarvan dus geen voor belanghebbende gunstiger uitkomst mee. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat belanghebbende door het instellen van bezwaar niet in een slechtere positie mag worden gebracht. Belanghebbende heeft weliswaar aangevoerd dat de compensatieberekening niet juist is, wat op zichzelf ook uit de beschouwing volgt, maar heeft onvoldoende concreet gemaakt welke onderdelen van de berekening tot een hoger compensatiebedrag zouden moeten leiden. Ook is niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze de door belanghebbende overgelegde stukken tot een andere, voor belanghebbende gunstiger berekening moeten leiden. De Commissie overweegt daarom dat de geconstateerde onjuistheden in de berekening over toeslagjaar 2010 niet kunnen leiden tot het door belanghebbende gewenste resultaat. De Commissie adviseert UHT dit bezwaaronderdeel ongegrond te verklaren.
Verrekeningen
De Commissie overweegt dat belanghebbende weliswaar stukken heeft overgelegd, waaronder brieven waaruit volgt dat zij problemen heeft ervaren met de KOT en waarin zij melding maakt van verrekeningen met andere toeslagen en met een teruggave inkomstenbelasting, maar dat uit die stukken niet volgt dat de compensatieberekening onjuist is. Voor de beoordeling van de juistheid van de compensatieberekening acht de Commissie van belang dat LIC-overzichten zijn gebaseerd op de betalingen en verrekeningen die feitelijk door de B/T zijn verricht. Voor zover belanghebbende met haar stellingen beoogt vergoeding te verkrijgen van haar volledige of werkelijke schade, overweegt de Commissie dat deze bezwaarprocedure uitsluitend betrekking heeft op de toekenning van de forfaitaire vergoedingen. Voor vergoeding van de werkelijke schade is bestaat de procedure voor aanvullende compensatie. Meer informatie daarover is te vinden op de website https://schadeherstel.toeslagen.nl/routes/mijn-herstel/. De Commissie adviseert UHT om dit bezwaaronderdeel ongegrond te verklaren.
Proceskosten
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om met in achtneming van dit advies het bezwaar gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter