BAC 2025-16580
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 10 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCHA
Hoorzitting: 30 januari 2026 om 11.15 uur
Overdracht advies aan UHT: 4 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren. De Commissie adviseert voorts om geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 tot en met 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 23 december 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 tot en met 2013.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 11 augustus 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren de compensatieregeling van artikel 2.1, lid 1, van de Wht niet van toepassing is.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2013.
- Gemachtigde heeft bij brief van 8 november 2013, ingekomen op 13 november 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 23 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Bij e-mail van 30 januari 2026 heeft gemachtigde aangekondigd dat hij en belanghebbende niet zullen verschijnen bij de hoorzitting. Tevens heeft hij verzocht om de zaak op stukken af te doen.
- Op 30 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift van belanghebbende ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Op de zaak betrekking hebbende stukken / persoonlijk dossier
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad omdat zij niet de beschikking heeft over haar persoonlijk dossier en/of een volledig ouderdossier en daardoor niet over de voor het voeren van het bezwaar benodigde documenten beschikt.
De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de onderliggende stukken zijn op 6 november 2025 aan gemachtigde toegezonden.
De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier of het ouderdossier moet worden afgewacht. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in die dossiers het zo kán zijn dat er nu relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te- verklaren.
Inhoudelijke bezwaren
De Commissie ziet zich, gelet op de inhoud van de bestreden beschikking en de daartegen aangevoerde bezwaren, geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht heeft besloten het de jaren 2009 tot en met 2013 niet als, kortweg, compensatiejaren aan te merken.
Beoordeling afwijzing jaren 2009 tot en met 2013
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over deze jaren was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Automatische continuering
De Commissie overweegt dat UHT terecht heeft gesteld dat een toeslagaanvraag geacht wordt mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar volgende berekeningsjaren (artikel 15, lid 5, Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen). B/T heeft daarmee de reguliere wettelijke procedure gevolgd zodat er door het enkele feit van een automatische continuering geen sprake is van vooringenomenheid of hardheid.
Beslagvrije voet
Belanghebbende stelt dat B/T over de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 geen rekening heeft gehouden met haar beslagvrije voet en dat daarom sprake is van hardheid van het stelsel.
De Commissie overweegt dat de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c, sub j, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen, valt buiten de reikwijdte van de begrippen vooringenomen handelen en hardheid van het stelsel binnen het kader van de Wht en daarmee buiten de reikwijdte van de huidige bezwaarprocedure.
Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand
Gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand voor deze bezwaarprocedure. Nu het bezwaar volgens de Commissie ongegrond is komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie aan UHT - de hiervoor geformuleerde vraag bevestigend beantwoordend - om:
- het bezwaar tegen de beschikking van 10 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCHA ongegrond te verklaren en de beschikking in stand te laten;
- en geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter