Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16579

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 9 december 2024 (UHT-DCHOA)

Overdracht advies aan UHT: 7 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 9 december 2024. Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 9 april 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2017 en 2018. UHT heeft de jaren 2015 tot en met 2019 herbeoordeeld.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 november 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij besluit van 9 december 2024 met kenmerk UHT-DCHOA (hierna: “het bestreden besluit”) aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2015 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 16 december 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 2 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • [naam], kantoorgenoot van gemachtigde, heeft in een e-mailbericht van 30 maart 2026 medegedeeld dat belanghebbende afziet van het recht om te worden gehoord. Daarop heeft de Commissie aan partijen bericht dat zij een advies zal uitbrengen op grond van de schriftelijke stukken.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Procedurele bezwaren

Motivering bestreden besluit / zorgvuldigheid / volledig dossier

Belanghebbende voert aan, samengevat weergegeven, dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Belanghebbende verzoekt daarnaast om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling van belanghebbende dat de motivering van het bestreden besluit onvolledig moet worden geacht of dat de voorbereiding daarvan onzorgvuldig is geweest. De Commissie constateert dat UHT in bezwaar een schriftelijke beschouwing heeft ingediend, waarin UHT een aanvullende uitgebreide uitleg heeft gegeven met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: “LIC”) en overige producties. Naar het oordeel van de Commissie is het bestreden besluit hierdoor thans in ieder geval voorzien is van een kenbare motivering.

Voorts overweegt de Commissie dat de schriftelijke beschouwing en het ouderdossier op 20 januari 2026 aan gemachtigde zijn gezonden. Gemachtigde en belanghebbende hebben hierdoor kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en zij hebben de gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit de stellingname van belanghebbende volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde ouderdossier nog stukken zouden ontbreken die van belang zijn voor het door UHT genomen besluit. Van enige schending van het bepaalde bij artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dan ook niet gebleken. De door belanghebbende in dit verband ontwikkelde bezwaren kunnen dus niet tot het door haar gewenste doel leiden.

Afwijzing compensatie

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2015 tot en met 2019 af te wijzen.

De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T of hardheid van het stelsel.

In het informatie- en beoordelingsformulier is voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2019 uitgebreid beschreven en toegelicht welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in de KOT hebben plaatsgevonden en wat de aanleiding daarvoor was. In de beschouwing naar aanleiding van het bezwaar heeft UHT de in geding zijnde jaren nogmaals bezien en toegelicht dat geen aanleiding voor compensatie aanwezig is. In het dossier is ook voldoende toegelicht wat de feitelijke gang van zaken was rondom de KOT 2019, mede aan de hand van de telefoonnotities weergegeven op pagina 88 tot en met 90 in het bezwaardossier. Daaruit kan worden herleid dat het de eigen keuze van belanghebbende was om de KOT stop te zetten. De Commissie heeft geen concrete aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de conclusie van UHT dat over alle betrokken jaren geen sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter