BAC 2025-16527
Publicatiedatum 06-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 1 december 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 16 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 22 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies en om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 14.243 voor toeslagjaar 2010 en geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2008, 2009 en 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 14 september 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2008 tot en met 2011.
- UHT heeft bij besluit van 18 maart 2022, met kenmerk UHT CHT GU, aan belanghebbende medegedeeld dat zij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling, maar dat de beoordeling nog niet is afgerond.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 9 november 2023, met kenmerk UHT-VCH, aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van
€ 14.222. Dit bedrag is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot
€ 30.000. - UHT heeft bij het bestreden besluit van 1 december 2023, met kenmerk UHTDCH, aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 14.243 voor toeslagjaar 2010 en geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor de toeslagjaren 2008, 2009 en 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 28 december 2023 tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
- UHT heeft op 28 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Op 16 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor toeslagjaar 2010 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de toeslagjaren 2008, 2009 en 2011 af te wijzen.
Motivering/persoonlijk dossier/equality of arms
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat zij niet beschikt over haar persoonlijk dossier. Hierdoor kan zij de juistheid van de beschikking niet controleren.
De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn op 10 februari 2026 aan belanghebbende toegezonden. De Commissie is van oordeel dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijke reden geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. Nu UHT voldaan heeft aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en belanghebbende de gelegenheid heeft gekregen haar standpunt uiteen te zetten, is het recht op een eerlijk proces niet geschonden. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Automatische continuatie van KOT
Belanghebbende betoogt dat de bepaling van haar KOT op basis van automatische continuatie als onzorgvuldig moet worden beschouwd. Volgens belanghebbende mocht van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) worden verwacht dat extra waarborgen worden ingebouwd om liquiditeitsproblematiek wegens terug-betalingen en latere verrekeningen van eerder toegekende KOT te voorkomen.
De Commissie overweegt als volgt. De Commissie begrijpt dat de inrichting van het toeslagensysteem als zodanig voor vervelende ervaringen heeft gezorgd aan de zijde van belanghebbende. In deze bezwaarprocedure wordt echter uitsluitend getoetst of belanghebbende recht heeft op compensatie op basis van de Wht.
De onderhavige bezwaarprocedure ziet niet op de toetsing van de wijze waarop het toeslagensysteem is ingericht. Het bezwaar kan daarom op dit punt niet tot het door belanghebbende gewenste resultaat leiden.
Herbeoordeling toeslagjaren 2008 en 2009
UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing geconcludeerd dat er voor de toeslagjaren 2008 en 2009 sprake is geweest van fraude door een derde.
UHT is daarom voornemens om belanghebbende ook voor deze toeslagjaren te compenseren, te weten op basis van hardheid.
Volgens belanghebbende is er voor 2009 sprake van vooringenomen handelen, in plaats van hardheid, omdat B/T uitvraag had moeten doen naar het LRK-nummer. UHT heeft toegelicht dat de nihilstelling terecht was, nu er geen sprake was van geregistreerde kinderopvang. Belanghebbende heeft op 19 augustus 2009 bezwaar gemaakt tegen de nihilstelling, maar haar bezwaar niet met bewijsstukken onderbouwd. Zij heeft op 5 april 2010 weer bezwaar gemaakt maar heeft het bezwaar wederom niet van bewijsstukken van de afgenomen kinderopvang voorzien. Op 27 maart 2012 is de definitieve beschikking naar belanghebbende gestuurd waaruit blijkt dat belanghebbende definitief geen recht op kinderopvangtoeslag heeft voor het toeslagjaar 2009. Belanghebbende heeft vervolgens op dit punt geen bezwaar meer gemaakt.
De Commissie overweegt als volgt. Op basis van hetgeen is aangevoerd tijdens de zitting en de stukken in het dossier, is het de Commissie niet gebleken dat er sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T ten aanzien van toeslagjaar 2009. UHT heeft in haar beschouwing toegezegd om belanghebbende voor de toeslagjaren 2008 en 2009 te compenseren op basis van hardheid van het stelsel. De Commissie adviseert UHT om – voor zover dat nog niet is gebeurd - voorafgaand aan de beslissing op bezwaar de nieuwe compensatieberekening aan belanghebbende voor te leggen en om belanghebbende de gelegenheid te bieden hierop, eveneens voorafgaand aan de beslissing op bezwaar, te reageren.
De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren.
Herbeoordeling 2011
Volgens artikel 2.1, lid 1 van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT.
Volgens UHT deed dit zich voor in het jaar 2011 nu belanghebbende in dat jaar geen gebruik heeft gemaakt van (geregistreerde) kinderopvang.
Belanghebbende heeft dit zelf bevestigd, door op het antwoordformulier ten aanzien van de kinderopvangtoeslag over 2011, pagina 407 van het dossier, aan te geven dat zij geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang in 2011.
Volgens het eigen beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. De Commissie stelt vast dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. Belanghebbende komt voor het jaar 2011 dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Vergoeding voor immateriële schade (onderdeel n)
Nu de Commissie het bezwaar met betrekking tot de toeslagjaren 2008 en 2009 gegrond acht, adviseert zij om de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar en daarbij alle, ingevolge de Wht daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.
Proceskosten
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om toekenning vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Daarnaast adviseert de Commissie om het verzoek om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter