Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16468

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 18 december 2023 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 27 januari 2026

Overdracht advies aan UHT: 8 juni 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag van 18 december 2023 met het kenmerk UHT-DCHO
(hierna: het bestreden besluit).

In het bestreden besluit is aan belanghebbende een compensatie toegekend van
€ 94.006 voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 22 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • UHT heeft bij besluit van 17 mei 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 93.760.
  • UHT heeft in het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 94.006 voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 22 januari 2024, ingekomen op 22 januari 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij mail van 18 april 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 28 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Op 27 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • De Commissie heeft naar aanleiding van de hoorzitting UHT meermaals de gelegenheid gegeven om een aanvullende beschouwing aan te leveren. Nu dit tot op heden niet is gebeurd, heeft de Commissie besloten om over te gaan tot advisering. 
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Ontbrekende stukken/volledige dossier
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie van UHT en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat de besluiten onvoldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van de besluiten, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in de beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Toeslagjaar 2011
Belanghebbende stelt dat zij over toeslagjaar 2011 recht heeft op compensatie vanwege vooringenomen handelen van de B/T.

De Commissie overweegt dat niet ter discussie staat dat er sprake is van vooringenomen handelen over toeslagjaar 2011.

Volgens artikel 2.1, lid 1 van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, achterwege blijft bij ernstige onregel-matigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT deed dit zich voor in toeslagjaar 2011, nu belanghebbende in dat jaar een Bijstandsuitkering ontving vanuit Gemeente Amsterdam. Belanghebbende ontkent niet dat zij een Bijstandsuitkering ontving, maar stelt dat zij ook re-integratieverplichtingen had. Zij deed mee aan verschillende trajecten vanuit de Gemeente. De Commissie overweegt dat uit de stukken in het dossier blijkt dat het aannemelijk is dat belanghebbende in de periode van 2007 tot en met 2010 een re-integratietraject heeft gevolgd.
Over toeslagjaar 2011 zijn er geen stukken overgelegd die de stelling van belanghebbende onderbouwen. Daarnaast overweegt de Commissie dat niet alleen het doelgroeperschap over deze periode ter discussie staat, maar ook dat uit de stukken in het dossier onvoldoende blijkt dat belanghebbende over deze periode gebruik heeft gemaakt van geregistreerde opvang. Uit het bezwaar zijn geen aanknopingspunten gebleken waaruit het tegendeel zou kunnen blijken.
Dit betekent dat de Commissie geen aanleiding ziet om af te wijken van het standpunt van UHT dat er sprake is evident geen recht. Volgens het eigen beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. De Commissie stelt vast dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. De Commissie overweegt dat wel is gebleken van een onterechte O/GS-kwalificatie, waar belanghebbende een tegemoetkoming voor heeft ontvangen. Niet is gebleken dat deze tegemoetkoming onjuist is.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening
De Commissie overweegt dat UHT in de schriftelijke reactie heeft aangegeven dat een aanpassing van de componenten n en o in de compensatieberekening niet correct zijn vastgesteld. Echter zou een aanpassing van deze componenten in het nadeel van belanghebbende uitvallen. Gelet op het beginsel van reformatio in peius adviseert de Commissie dan ook om de compensatieberekening niet aan te passen en in stand te laten. De Commissie neemt hierbij ook in overweging dat gemachtigde ter zitting heeft aangegeven dat de door UHT gegeven toelichting met betrekking tot de compensatieberekening te volgen is. 

Meer schade geleden dan vergoed
De Commissie overweegt dat deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking heeft op de toekenning van de forfaitaire (standaard)vergoedingen en niet op de vergoeding van eventuele hogere werkelijke schade. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade bestemd. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belang-hebbende geen recht heeft op een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter