Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16462

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 25 maart 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 24 maart 2026

Overdracht advies aan UHT: 7 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 16 april 2024 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 25 maart 2024 met kenmerk UHT-DCHO.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 49.619 voor de toeslagjaren 2008, 2009 en 2014 (januari tot en met oktober). Voor de toeslagjaren 2006, 2007, 2010 tot en met 2013, 2015 en 2016 wordt geen compensatie toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 23 en 24 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2016.
  • UHT heeft bij besluit van 17 juli 2021 (UHT-B DMB2) belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 4 maart 2024 (UHT-VCH) aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 49.434.
  • UHT heeft bij bestreden besluit van 25 maart 2024 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 49.619 voor de toeslagjaren 2008, 2009 en 2014 (januari tot en met oktober). Voor de toeslagjaren 2006, 2007,
  • 2010 tot en met 2013, 2015 en 2016 wordt geen compensatie toegekend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 16 april 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 23 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift
  • Op 24 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Ontbrekende stukken/volledige dossier/equality of arms

Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie van UHT en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in de beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Geen compensatie 2006, 2007, 2010 tot en met 2013, 2015 en 2016

Belanghebbende stelt dat zij recht heeft op compensatie over voornoemde toeslagjaren.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2006, 2007, 2010 tot en met 2013, 2015 en 2016 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de schriftelijke reacties nader onderbouwd en deze komen voort uit reguliere wijzigingen.

De bijstellingen zijn daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.

Belanghebbende komt voor deze jaren dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.

De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Compensatie

Volgens UHT is er sprake van vooringenomenheid in de jaren 2008, 2009 en 2014 (van januari tot en met oktober). Op basis hiervan is aan belanghebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening naar de bijlage van het bestreden besluit, de schriftelijke reactie en het informatie- en beoordelingsformulier.

UHT heeft aangegeven in de schriftelijke reactie dat componenten n en o niet juist zijn berekend. Omdat de aanpassingen in het nadeel van belanghebbende zijn, worden de bedragen niet gecorrigeerd. De Commissie sluit zich aan bij dit standpunt.

Vergoeding proceskosten

Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter