Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16448

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 17 oktober 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 9 maart 2026

Overdracht advies aan UHT: 19 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 17 december 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren vanaf 2008. UHT heeft met instemming van belanghebbende de jaren 2006 tot en met 2013 opnieuw beoordeeld.
  • UHT heeft bij besluit van 1 februari 2022 aan belanghebbende meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, in het kader van de Catshuisregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 9 oktober 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1 lid 1 van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2013.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 27 januari 2025, ingekomen op 29 januari 2025, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 mei 2025, ingekomen op 13 mei 2025 en bij e-mail van 6 maart 2026 het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 25 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift en de aanvullende gronden van 9 mei 2025. Deze reactie wordt hierna aangeduid als de beschouwing.
  • Op 9 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2006 tot en met 2013 af te wijzen.

Motivering bestreden besluit / zorgvuldigheid / belangenafweging / volledig dossier Belanghebbende voert aan, samengevat weergegeven, dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, dat het onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat geen belangenafweging heeft plaatsgevonden. Belanghebbende verzoekt verder om het volledige dossier te ontvangen. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het standpunt van belanghebbende dat de motivering van het bestreden besluit onvolledig moet worden geacht of dat de voorbereiding daarvan onzorgvuldig is geweest. De Commissie constateert dat UHT in bezwaar een schriftelijke beschouwing heeft ingediend, waarin zij een aanvullende uitleg heeft gegeven met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: “LIC”) en overige producties. Naar het oordeel van de Commissie is het bestreden besluit hiermee in ieder geval voldoende gemotiveerd onderbouwd.

Verder stelt de Commissie vast dat de schriftelijke beschouwing van UHT en het ouderdossier op 12 januari 2026 aan gemachtigde zijn gezonden. Gemachtigde en belanghebbende hebben hierdoor kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en zij hebben de gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie vindt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde ouderdossier nog stukken ontbreken die van belang zijn voor de beoordeling van het bestreden besluit.

Van enige schending van het bepaalde bij artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht is haar niet gebleken. Het niet nader aannemelijk gemaakte standpunt van belanghebbende dat geen belangenafweging heeft plaatsgevonden leidt niet tot het oordeel dat het evenredigheidsbeginsel is geschonden. In het vorenstaande ligt besloten dat de op motivering, zorgvuldigheid en belangenafweging betrekking hebbende bezwaargronden niet tot aantasting van het bestreden besluit kunnen leiden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

FSV-lijst

Belanghebbende stelt dat hij gedupeerd is door een onterechte vermelding op de Fraude Signalering Voorziening lijst (hierna: FSV-lijst). De Commissie heeft er begrip voor dat de vermelding op de FSV-lijst erg belastend voor belanghebbende was. De Commissie is desondanks van mening dat niet aannemelijk is geworden dat in het geval van belanghebbende de vermelding op de FSV-lijst heeft geleid tot extra onderzoek of dat de verlagingen van de KOT verband houden met enig fraudeonderzoek. Het enkele feit dat belanghebbende is opgenomen in de FSV betekent niet dat de B/T vooringenomen heeft gehandeld, nu uit het dossier blijkt dat de wijzigingen van het recht op KOT het gevolg waren van door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen van opvanggegevens en wijzigingen van het toetsingsinkomen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2006 en 2010, 2011, 2012 en 2013

Voor de toeslagjaren 2006 en 2011 heeft één verlaging en voor de toeslagjaren 2010, 2012 en 2013 hebben twee verlagingen van de KOT plaatsgevonden. Deze verlagingen houden verband met door UHT vastgestelde reguliere correcties, die het gevolg waren van door belanghebbende aangeleverde gegevens en een gewijzigd toetsingsinkomen. In deze toeslagjaren hebben geen terugvorderingen of verlagingen van € 1.500 of meer plaatsgevonden. De voorwaarden voor toepassing van de hardheidsregeling zijn dus niet vervuld. De Commissie stelt vast dat er geen onterechte kwalificatie wegens opzet of grove schuld (hierna: O/GS) is geweest. Belanghebbende komt daarom niet in aanmerking voor een O/GS-tegemoetkoming. De Commissie adviseert aan UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2007

Voor het toeslagjaar 2007 hebben twee verlagingen van de KOT plaatsgevonden. Deze houden verband met door UHT vastgestelde reguliere correcties, die het gevolg waren van door belanghebbende aangeleverde gegevens en een gewijzigd toetsingsinkomen. Weliswaar heeft in toeslagjaar 2007 een verlaging of terugvordering van € 1.500 of meer plaatsgevonden, maar de KOT heeft niet het totaal aan kinderopvangkosten overschreden. De betaalde KOT is daarmee volledig ten goede gekomen aan belanghebbende. De Commissie adviseert UHT het bezwaar van belanghebbende op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2008 en 2009

Voor de toeslagjaren 2008 en 2009 geldt dat er geen verlaging of terugvordering van de KOT of andere vorm van benadeling heeft plaatsgevonden. Een beroep op de hardheidsregeling slaagt evenmin, nu niet is voldaan aan de voorwaarde dat een terugvordering of verlaging van de KOT van ten minste € 1.500 heeft plaatsgevonden.

Ten slotte komt belanghebbende in geen van de genoemde jaren in aanmerking voor een OG/S-tegemoetkoming, aangezien in die jaren geen OG/S-kwalificatie van toepassing was. De Commissie adviseert UHT het bezwaar van belanghebbende op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Geen proceskostenvergoeding

Omdat de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter