Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16416

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 9 augustus 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: n.v.t.

Overdracht advies aan UHT: 26 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, hierna de bestreden beschikking.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor het jaar 2012.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 11 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) en kindgebonden budget over de jaren 2005 tot en met 2015. De persoonlijk zaakbehandelaar heeft alleen het jaar 2012 behandeld. Volgens de persoonlijk zaakbehandelaar was er alleen een KOT-beschikking afgegeven voor het jaar 2012.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor het jaar 2012.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 4 oktober 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 22 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft bij e-mail van 20 februari 2026 aan de Commissie laten weten dat advisering in de zaak kan worden gedaan op de zich in het bezwaardossier bevindende stukken.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Dossier
Belanghebbende verzoekt om toezending van het ouderdossier. De schriftelijke reactie/beschouwing en de daaraan ten grondslag gelegde stukken zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT hiermee heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Aanvragen KOT
Belanghebbende stelt dat dat zij diverse aanvragen KOT heeft gedaan, maar dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) deze aanvragen nooit wilde goedkeuren, wat leidde tot financiƫle problemen. Zij verzoekt om (nader) onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van aanvragen KOT voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2012, ook buiten de reguliere systemen.

De Commissie constateert dat het dossier geen aanknopingspunten bevat dat er in andere jaren dan 2012 KOT is aangevraagd, toegekend of teruggevorderd. UHT heeft dit naar het oordeel van de Commissie voldoende toegelicht in de beschouwing van 22 september 2025. Evenmin zijn er indicaties gevonden in de systemen van de B/T dat er aanvragen zijn gedaan zoals door belanghebbende gesteld. Voor toeslagjaar 2012 is er wel KOT aangevraagd (hierna te bespreken).
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2012
Belanghebbende heeft in het ouderverhaal aangegeven dat zij verbaasd is dat er voor toeslagjaar 2012 sprake was van een KOT-aanvraag, omdat beide kinderen al op de middelbare school zaten. De Commissie leest in het dossier dat medewerkers bij de B/T de KOT voor toeslagjaar 2012 per abuis hebben aangevraagd. Deze KOT-aanvragen zijn voor belanghebbende zonder rechtsgevolgen gebleven en hebben niet geleid tot terugvorderingen van de KOT voor haar. Het dossier bevat geen aanknopingspunten voor de stelling dat de kinderen van belanghebbende in 2012 naar de opvang gingen.

Belanghebbende bevestigt in haar ouderverhaal deze gang van zaken. Naar het oordeel van de Commissie bestaat er daarom geen recht op compensatie wegens vooringenomenheid op grond van artikel 2.1 Wht. Er is daarnaast geen sprake geweest van een terugvordering in toeslagjaar 2012. De hardheidsregeling is daarom niet van toepassing. Er is ook geen sprake van een onterechte kwalificatie Opzet/Grove Schuld.

Het bezwaarschrift kan er dus niet toe leiden dat belanghebbende alsnog in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie wijst erop dat de Wht uitsluitend betrekking heeft op aan KOT te relateren gebeurtenissen. Dit sluit niet uit dat belanghebbende andere, met het toeslagenstelsel samenhangende problemen heeft ondervonden. Deze vallen echter buiten de reikwijdte van deze procedure.

Proceskosten
Nu de Commissie niet adviseert de bestreden beschikking te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter