Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16411

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 3 september 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: geen

Overdracht advies aan UHT: 9 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 3 september 2024 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

-    dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2009 tot en met 2012 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 18 maart 2022 is belanghebbende meegedeeld dat hij, in het kader van de eerste toets, vooralsnog geen recht heeft op een betaling van € 30.000.
  • Bij brief van 3 september 2024 is het bestreden besluit genomen.
  • Bij brief van 3 september 2024 heeft gemachtigde tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
  • Op 17 september 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 7 april 2026 heeft belanghebbende zijn zienswijze met de Commissie gedeeld.
  • Gemachtigde heeft aangegeven af te zien van een hoorzitting. De Commissie ziet, op grond van artikel 7:3, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), daarom af van het horen van belanghebbende.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bewaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Persoonlijk dossier

Met betrekking tot de bezwaargrond dat belanghebbende inzage wenst in zijn persoonlijke dossier, oordeelt de Commissie als volgt. Hoewel de Commissie begrijpt dat belanghebbende graag toegang wil tot zijn volledige persoonlijke dossier, is UHT op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen verplicht om de stukken die relevant zijn voor de zaak te overleggen. Het volledige persoonlijke dossier van belanghebbende is veel omvangrijker en valt niet onder de definitie van ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’. UHT heeft de documenten waarop het bestreden besluit is gebaseerd in geding gebracht en de Commissie heeft geen aanwijzingen dat er relevante stukken ontbreken. Op basis van de overgelegde documenten is het voldoende duidelijk hoe tot het besluit is gekomen. De Commissie adviseert daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Herbeoordeelde toeslagjaren

De KOT voor 2009, 2010, 2011 en 2012 is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, bijgesteld naar aanleiding van een stopzetting door belanghebbende (die later ongedaan is gemaakt), een (te hoog doorgegeven) toetsingsinkomen dat na bezwaar is gecorrigeerd, minder afgenomen opvanguren en een hoger toetsingsinkomen. De Commissie heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de producties waaruit dit blijkt.

De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast, ondanks dat de situatie van belanghebbende schrijnend is geweest. Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag kan uitkomen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigde vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak opeen daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.

Verder heeft belanghebbende gesteld dat hij recht heeft op een tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS), omdat er sprake zou zijn van een onterechte O/GS-kwalificatie. De Commissie overweegt dat niet is gebleken van een (onterechte) O/GS-kwalificatie. Belanghebbende komt daarom ook niet in aanmerking voor een O/GS-tegemoetkoming.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bezwaar ongegrond te verklaren;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter