Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16399

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 april 2024 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 12 februari 2026

Overdracht advies aan UHT: 20 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren in de onderhavige zaak ongegrond te verklaren en het verzoek een proceskostenvergoeding toe te kennen, af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 30 april 2024.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2012.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 15 februari 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2005 en 2006. In overleg met belanghebbende zijn de toeslagjaren 2005 tot en met 2012 herbeoordeeld.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 30 november 2023 aan UHT geadviseerd dat met betrekking tot de toeslagjaren 2005 tot en met 2008 en 2012 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden. CvW heeft op 19 april 2024 ook de jaren 2009, 2010 en 2011 bij haar beoordeling betrokken en aan UHT geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2012.
  • UHT heeft bij voorlopige beschikking van 11 december 2023, met kenmerk UHT-VCH A, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op (compensatie op grond van) één van de drie herstelregelingen.
  • UHT heeft bij de bestreden definitieve beschikking van 30 april 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op een vergoeding voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2012.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 juni 2024 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 23 april 2025 het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 26 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Op 12 februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2012 af te wijzen.

Incompleet ouderdossier en motivering

Belanghebbende betoogt dat het ouderdossier onvolledig is en het bestreden besluit daardoor onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie de gebreken herstellen aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Leesbaarheid XML-bestand

Belanghebbende stelt dat het XML-bestand, productie 1208001 (stopzetting KOT door belanghebbende met ingang van 31 december 2008), niet leesbaar is en het daarom niet duidelijk is of UHT van de juiste informatie is uitgegaan. Met UHT is de Commissie van mening dat het XML-bestand leesbaar is. Daarnaast heeft UHT in haar schriftelijke beschouwing nog een beknopte uitleg gegeven over hoe het XML-bestand gelezen moet worden. Voor zover het XML-bestand niet leesbaar zou zijn geweest, dan is dat gebrek in deze bezwaarfase hersteld.

Herbeoordeling toeslagjaren 2005 tot en met 2012

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2012 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De Commissie zal dit per jaar toelichten, maar overweegt daaraan voorafgaand als volgt.

Belanghebbende heeft betoogd dat er stukken in het dossier ontbreken en dat mogelijk fouten zijn gemaakt door B/T. Het feit dat in bepaalde jaren geen definitieve beschikking KOT is afgegeven duidt volgens belanghebbende op vooringenomen handelen door B/T. Ook is het recht op KOT te laag vastgesteld. Tot slot mocht B/T volgens belanghebbende niet zonder meer afgaan op de informatie uit de KOI-viewer maar had zij navraag bij belanghebbende moeten doen.

UHT heeft bevestigd dat niet alle beschikkingen in het dossier zitten, omdat, vooral met betrekking tot de jaren 2005 en 2006, niet alle informatie bewaard is gebleven. Er is wel op basis van de juiste gegevens beschikt. Dat geldt ook voor de jaren waarin geen definitieve beschikking is afgegeven. Mocht de KOT in het verleden te laag zijn vastgesteld dan is er nog geen sprake van een vooringenomen handeling. De Wht biedt UHT ook niet de mogelijkheid om beschikkingen van destijds te herzien. Ten aanzien van de informatie uit de KOI-viewer heeft UHT toegelicht dat er alleen navraag bij een belanghebbende gedaan moest worden wanneer er werd getwijfeld aan de informatie uit de KOI-viewer. In het geval van belanghebbende werd de informatie kennelijk betrouwbaar en juist geacht.

De Commissie overweegt dat de stelling dat er stukken ontbreken op zichzelf juist is, maar dat niet gebleken is dat belanghebbende hiervan enig nadeel heeft ondervonden. Daarnaast leiden eventuele fouten van B/T op zichzelf nog niet tot de conclusie dat er vooringenomen gehandeld is.

Ten aanzien van de hoogte van KOT overweegt de Commissie dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, van hardheid en/of van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS). De Wht ziet niet op de herziening van in het verleden genomen definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van deze bezwaarprocedure.

De Commissie overweegt voorts dat B/T en UHT in beginsel mochten uitgaan van de informatie uit de KOI-viewer, tenzij er indicaties waren die het tegendeel aannemelijk maakten. Belanghebbende heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou kunnen blijken dat de informatie uit de KOI-viewer niet juist was. Deze bezwaargrond treft geen doel.

De terugvorderingen KOT over de toeslagjaren 2005 tot en met 2012 waren volgens UHT gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend dat als gevolg van dier reguliere wijzigingen opnieuw is berekend

Toeslagjaar 2005

De KOT over 2005 is eenmaal verlaagd, ten gevolge van een hoger toetsingsinkomen. Dat het toetsingsinkomen hoger is geworden heeft belanghebbende niet betwist.

Toeslagjaar 2006

Ook over 2006 is de KOT één keer neerwaarts gecorrigeerd nadat uit de door belanghebbende opgestuurde jaaropgave bleek dat er minder uren aan opvang waren afgenomen, dan was voorzien. Belanghebbende heeft niet betwist dat zij die opgave heeft gedaan.

Toeslagjaar 2007

Over 2007 is de KOT twee keer neerwaarts bijgesteld. De eerste correctie was het gevolg van een, door belanghebbende doorgeven, wijziging in het aantal opvanguren en het uurtarief van de kinderopvanginstelling (hierna: KOI). De tweede wijziging was het gevolg van een hoger toetsingsinkomen. Ook de juistheid van deze correcties heeft belanghebbende niet betwist.

Toeslagjaar 2008

Over 2008 is de KOT eveneens twee keer verlaagd. De eerste wijziging was het gevolg van een, door belanghebbende zelf doorgegeven, wijziging in opvanguren en een hoger toetsingsinkomen. De KOT is daarna nog een keer (minimaal) verlaagd ten gevolge van een hoger toetsingsinkomen. De juistheid van de gegevens waarop deze verlagingen waren gebaseerd, heeft belanghebbende niet betwist.

Toeslagjaar 2009

Over 2009 heeft er eenmaal een neerwaartse correctie plaatsgevonden, omdat op basis van de gegevens van de KOI bleek dat er minder uren aan kinderopvang waren afgenomen, dan voorzien.

Toeslagjaar 2010

Ten aanzien van 2010 heeft er geen neerwaartse correctie plaatsgevonden.

Toeslagjaar 2011

Over 2011 heeft belanghebbende zelf doorgegeven dat de kinderopvang was gewijzigd. Er werden minder uren aan opvang afgenomen en het uurtarief wijzigde. Ten gevolge hiervan is de KOT eenmaal neerwaarts gecorrigeerd.

Toeslagjaar 2012

Ten aanzien van 2012 waren er twee neerwaartse correcties. De eerste neerwaartse correctie was het gevolg van het stopzetting van de KOT door belanghebbende met ingang van 1 november 2012. De tweede neerwaartse correctie was het gevolg van het feit dat het toetsingsinkomen hoger was en er uit gegevens van de KOI bleek dat er minder uren aan kinderopvang waren afgenomen. Volgens belanghebbende klopte de informatie van de KOI niet. De KOI heeft een fout gemaakt door de opvang per 1 september 2012, in plaats van 1 november 2012, te beëindigen. B/T had uitvraagbrieven naar belanghebbende moeten sturen om meer informatie te verkrijgen.

De Commissie overweegt als volgt. B/T had geen reden om aan de informatie uit de KOI-viewer te twijfelen. Bovendien werd het door de KOI doorgegeven aantal uren bevestigd door de jaaropgave, die belanghebbende later heeft overgelegd. De Commissie merkt op dat uit de brief van de KOI van 2 oktober 2012, pagina 311 van het dossier, blijkt dat de KOI inderdaad abusievelijk ‘de donderdag per 1 september 2012’ al had stopgezet, in plaats van per 31 oktober 2012, en dat de fout inmiddels hersteld is. Het is de Commissie niet gebleken dat belanghebbende hier enig nadeel van heeft ondervonden, nu in de definitieve KOT-beschikking van 28 maart 2014 is uitgegaan van kinderopvang tot en met 31 oktober 2012. Het door belanghebbende destijds ingediende bezwaar tegen deze beschikking had ook slechts betrekking op het toegekende uurtarief en niet op het aantal uren. Het bezwaar is destijds weliswaar gegrond verklaard, maar het definitieve bedrag aan KOT werd niet gewijzigd, omdat er sprake was van een gemaximeerd uurtarief voor KOT. Door de KOT conform de KOI-viewer aan te passen, is er derhalve geen sprake geweest van vooringenomen handelen door B/T ten aanzien van toeslagjaar 2012.

Voornoemde bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

FSV-lijst

De Commissie stelt vast dat uit het bezwaardossier niet blijkt dat belanghebbende voorkomt op de FSV-lijst. Het FSV-systeem is een systeem dat niet meer wordt gebruikt en daarom uitsluitend kan worden geraadpleegd door medewerkers met een speciale bevoegdheid. UHT heeft niet voldoende bevoegdheden om de door belanghebbende gewenste gedetailleerde informatie te verstrekken. De Commissie adviseert UHT wel om aan belanghebbende alsnog een schermafdruk van de haar ter beschikking staande informatie te verstrekken tezamen met de beslissing op bezwaar.

Discriminatie

Van aanwijzingen dat in het geval van belanghebbende sprake is geweest van discriminatie op basis van afkomst of dubbele nationaliteit is de Commissie uit de ter beschikking staande stukken, de tijdens de hoorzitting gebleken feiten en omstandigheden en uit de schriftelijke beschouwing van UHT niet gebleken.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven, adviseert de Commissie om het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek tot toekenning van een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter