BAC 2025-16365
Publicatiedatum 28-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 16 januari 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 14 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
Kantoorgenoot, [naam], treedt thans op als gemachtigde van belanghebbende.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2016 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 18 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de KOT. UHT heeft de jaren 2016 tot en met 2020 herbeoordeeld.
- UHT heeft bij besluit van 21 februari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 6 december 2023 aan belanghebbende geen compensatie of tegemoetkoming toegekend.
- UHT heeft bij het bestreden besluit van 16 januari 2024 met kenmerk UHT-DCHOA aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2016 tot en met 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 2 september 2024, ingekomen op dezelfde dag, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 16 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft de Commissie op 31 maart 2026 verzocht de zaak op de stukken af te doen.
- De Commissie heeft vervolgens, met toepassing van het bepaalde in artikel 7:3, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van het horen van belanghebbende afgezien en partijen op diezelfde dag geïnformeerd dat de hoorzitting geen doorgang vindt en dat advies zal worden uitgebracht op basis van de stukken.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2016 tot en met 2019 af te wijzen.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
De Commissie volgt niet het standpunt van belanghebbende dat op de zaak betrekking hebbende stukken ontbreken. De beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 17 juli 2024 aan belanghebbende toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Awb neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Schending van het motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende meent dat sprake is van een schending van het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.
De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Beoordeling afwijzing compensatie toeslagjaren 2016 tot en met 2019
Belanghebbende stelt dat zij zich niet kan verenigen met het bestreden besluit waarin compensatie of tegemoetkoming aan haar is afgewezen.
UHT heeft in de beschouwing naar aanleiding van het bezwaar, in aansluiting op het bestreden besluit en de daarbij gevoegde bijlagen, toegelicht dat in alle toeslagjaren sprake is van reguliere wijzigingen en dat daarom geen sprake is van vooringenomen handelen. In 2016 tot en met 2018 is ook geen sprake van een terugvordering van minimaal €1.500,-, waardoor ook geen recht bestaat op de hardheidsregeling.
In 2019 is hiervan wel sprake, maar is geen sprake van een kleine formele tekortkoming, het slechts betalen van een deel van de opvangkosten, fraude door een derde of andere bijzondere omstandigheden.
De Commissie stemt hiermee in. Belanghebbende heeft ook geen specifieke gronden geformuleerd tegen de motivering waarop het bestreden besluit is gebaseerd. Daarom adviseert de Commissie aan UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Er is geen aanleiding voor herroeping van het bij bezwaar bestreden besluit. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter