BAC 2025-16342
Publicatiedatum 28-05-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 10 februari 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 31 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 2 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 10 februari 2024 met kenmerk UHT-DCHOA.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2017 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 20 september 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2015 en 2019. In overleg met belanghebbende is de te beoordelen periode gewijzigd in 2017 tot en met 2019.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 14 december 2023 (UHT- VCH A) aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie.
- UHT heeft bij bestreden besluit van 10 februari 2024 (UHT-DCHO A) aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2017 tot en met 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 21 februari 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 12 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 31 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Ontbrekende stukken/volledige dossier
Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.
Geen compensatie
Belanghebbende stelt dat hij wel recht heeft op compensatie. Hij beperkt zich daarbij tot toeslagjaar 2017.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te kunnen adviseren dat de Belastingdienst Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2017 tot en met 2019 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen KOT over deze toeslagjaren waren gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend. De voorschotten over deze jaren zijn na reguliere wijzigingen opnieuw berekend. De KOT over het toeslagjaar 2017 is verlaagd op basis van informatie die de B/T had ontvangen van de immigratie- en naturalisatiedienst (hierna: IND). Uit deze informatie volgde dat de partner van belanghebbende niet beschikte over een geldige verblijfstitel. Daardoor werd niet voldaan aan een van de voorwaarden voor het recht op KOT.
De Commissie overweegt dat de B/T mocht vertrouwen op de informatie uit de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) en de gegevens van de IND bij het bepalen van de hoogte van de KOT. Dit duidt daarom niet op vooringenomenheid dan wel hardheid, zoals in de wet bedoeld, door het handelen door de B/T.
Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter