BAC 2025-16333
Publicatiedatum 08-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 12 december 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 31 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, hierna aangeduid als het bestreden besluit.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2007 en 2008.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 3 juni 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2007 en 2008.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 24 november 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft in haar advies geoordeeld dat B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2007 en 2008.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2007 en 2008.
- Gemachtigde heeft bij brief van 30 januari 2025, ingekomen op 3 februari 2025, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 8 augustus 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 31 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 9 maart 2026 zou een hoorzitting plaatsvinden De hoorzitting is door planningstechnische redenen aan de kant van gemachtigde niet doorgegaan.
- Gemachtigde heeft de Commissie op 10 maart 2026 geïnformeerd dat zij op grond van de stukken kan adviseren.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Afwijzing compensatie
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2007 en 2008 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De KOT over het toeslagjaar 2007 is niet verlaagd.
De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2008 was gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend. De KOT is op nihil gesteld als gevolg van de stopzetting van de KOT op 17 juni 2008 per 1 januari 2008. Belanghebbende stelt dat zij de KOT niet zelf heeft stopgezet en dat deze stopzetting duidt op een vooringenomen handeling. Uit het XMLbestand van de stopzetting volgt dat de KOT door of namens belanghebbende is stopgezet.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te oordelen dat de stopzetting een vooringenomen handeling van B/T is. Zij heeft daarnaast ook geen aanknopingspunten gevonden om te oordelen dat belanghebbende in 2008 kinderopvang heeft afgenomen en daarom destijds recht op KOT had.
Het voorschot is dus door een reguliere wijziging opnieuw berekend.
Deze bijstelling is in overeenstemming met de wet uitgevoerd.
Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidscompensatie. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat B/T jegens belanghebbende heeft gehandeld op grond van de onterechte veronderstelling dat deze opzettelijk danwel grofschuldig onterecht KOT heeft ontvangen, zodat ook geen aanspraak bestaat op een daarop gebaseerde tegemoetkoming. De Commissie adviseert UHT daarom het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, bestaat geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om:
- het bestreden besluit in stand te laten;
- geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter