Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16273

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 mei 2025 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: n.v.t.

Overdracht advies aan UHT: 24 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om proceskosten-vergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 23 mei 2025 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag van 30 mei 2025 met kenmerk UHTDCHOA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor toeslagjaar 2005.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 21 november 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over toeslagjaar 2005.
  • UHT heeft bij besluit van 27 februari 2024 (UHT-CHR-GU) aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij bestreden besluit van 30 mei 2025 (UHT-DCHOA) aan belang-hebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor toeslagjaar 2005.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 23 mei 2025 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 2 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 13 april 2026 heeft gemachtigde per e-mail aangegeven dat belanghebbende afziet van de reeds geplande hoorzitting op 14 april 2026.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Geen compensatie 2005
Belanghebbende stelt dat zij wel recht heeft op compensatie.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaar 2005 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvordering KOT van
€ 46 in totaal is door UHT in de  schriftelijke reacties nader onderbouwd en deze komt voort uit een reguliere wijziging (op basis van de jaaropgave).

De bijstelling is daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.

Belanghebbende komt dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter