BAC 2025-16265
Publicatiedatum 13-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 17 mei 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 14 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 21 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door partner van belanghebbende, hierna: gemachtigde) namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 17 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2015 tot en met 2019.
- UHT heeft bij besluit van 16 december 2021 aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 25 april 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden besluit op 17 mei 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2015 tot en met 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 29 mei 2024, ingekomen op 5 juni 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 22 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 14 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Volledigheid dossier en stukken over andere toeslagen
De Commissie overweegt dat de schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen aan belanghebbende zijn toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.
Belanghebbende heeft verzocht om haar persoonlijk dossier, om zo ook inzage te krijgen in (terugvorderingen) van andere toeslagen, te weten de huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebondenbudget (HZK). Deze procedure ziet echter alleen op de KOT: de Commissie kan geen advies geven over andere toeslagen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
In het geval dat belanghebbende in aanmerking komt voor de HZK-regeling uit artikel 2.16 tot en met 2.19 van de Wht, zal zij daar ambtshalve bericht over ontvangen.1
Afwijzing compensatie toeslagjaren 2015 tot en met 2019
Dat de Wht in het geval van belanghebbende geen aanknopingspunt biedt voor een compensatie of tegemoetkoming wordt niet betwist. Belanghebbende zoekt echter naar erkenning van het feit dat het gezin schade heeft geleden door de cumulatie van KOT-terugvorderingen over meerdere jaren, in combinatie met terugvorderingen van andere toeslagen. Deze optelsom heeft tot ernstige financiële problemen geleid, waarbij het gezin op een zeker moment minder dan het bestaansminimum over had om van te leven. Bovendien heeft de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) op chaotische wijze gecommuniceerd over de terugvorderingen, door het versturen van talloze en wisselende brieven, soms meerdere op één dag. Er liepen meerdere betalingsregelingen door elkaar, waardoor niet meer duidelijk was wat het gezin aan het terugbetalen was. In het telefonisch contact met B/T zijn belanghebbende en haar partner op denigrerende toon toegesproken.
De Commissie is eveneens tot de conclusie gekomen dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie of tegemoetkoming op grond van de Wht. Zij heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2019 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen KOT waren steeds het gevolg van verhogingen van het toetsingsinkomen. Dit zijn reguliere bijstellingen die in overeenstemming met de wet zijn uitgevoerd.
Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidscompensatie. Ook merkt de Commissie op dat de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j van het Wetboek van Rechtsvordering. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij terugvorderingen valt daarmee buiten de reikwijdte van de huidige bezwaarprocedure. Er was bovendien geen sprake van onterechte kwalificatie O/GS die heeft verhinderd dat belanghebbende betalingsregelingen kon afsluiten. Daarom kan belanghebbende ook geen aanspraak maken op een O/GS-tegemoetkoming.
De Commissie heeft oog voor de gevolgen van opeenstapelende terugvorderingen in een jong gezin met een wisselend inkomen. Belanghebbende heeft goed tot uiting gebracht dat de aanpak van B/T ertoe heeft geleid dat zij ieder overzicht zijn kwijt geraakt en zich ongehoord voelden. Het is duidelijk dat hierdoor stress en emotioneel leed te weeg zijn gebracht. Zoals UHT ter zitting heeft onderschreven, is belanghebbende gestuit op de bekende knelpunten van het toeslagensysteem, dat ook thans nog werkt met voorschotten en toetsing achteraf. Het is begrijpelijk dat dit ook in reguliere situaties tot financiële problemen kan leiden. Zoals uiteengezet kan dit echter niet leiden tot een aanspraak op compensatie of een vergoeding in deze procedure. Desondanks hoopt de Commissie dat deze erkenning belanghebbende helpt om dit hoofdstuk af te sluiten.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter