BAC 2025-16245
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 22 juli 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 11 december 2025 om 14:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 28 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2016 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 15 mei 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2016 tot en met 2019.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 8 juli 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij haar bestreden beschikking van 22 juli 2024 met kenmerk UHT-DCHOA aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2016 tot en met 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 27 augustus 2024, ingekomen op 30 augustus 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 10 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 11 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie in de gelegenheid gesteld, op 16 december 2025 een nadere schriftelijke beschouwing ingediend. Gemachtigde heeft hier op 23 december 2025 op gereageerd. UHT heeft hier op 5 januari 2026 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat sprake was van een fraudeonderzoek naar [naam] - de kinderopvanginstelling waar belanghebbende kinderopvang afnam. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat andere ouders bij dezelfde kinderopvanginstelling wél gecompenseerd zijn en dat zij daarom ook in aanmerking komt voor compensatie. UHT stelt dat de KOT niet neerwaarts is bijgesteld als gevolg van een fraudeonderzoek naar de desbetreffende kinderopvanginstelling. UHT stelt dat er sprake is van reguliere wijzigingen en dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie.
De Commissie kan UHT volgen in haar ingenomen standpunt. De neerwaartse correcties waarmee belanghebbende over de respectievelijke toeslagjaren is geconfronteerd waren niet gelegen in een (fraude)onderzoek naar de kinderopvanginstelling, maar waren het gevolg van reguliere wijzigingen in de KOT. Voor een nadere toelichting hierop verwijst de Commissie naar onderstaande overweging ten aanzien van de toeslagjaren 2016 t/m 2019. Om deze reden al is het niet aannemelijk geworden dat belanghebbende op enigerlei wijze in strijd met het gelijkheidsbeginsel is behandeld. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Toeslagjaren 2016 t/m 2019
Belanghebbende betoogt dat zij ten onrechte niet is gecompenseerd voor de toeslagjaren 2016 t/m 2019. De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2016 t/m 2019 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel van hardheid van het stelsel. De neerwaartse correcties in KOT over deze toeslagjaren waren gelegen in door belanghebbende zelf doorgegeven veranderingen in het toetsingsinkomen van belanghebbende en in stopzettingen van de KOT over de respectieve toeslagjaren door belanghebbende zelf. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Het toeslagpartnerschap van de zuster van belanghebbende is in overeenstemming met de wettelijke regeling uitgevoerd. Verder is naar het oordeel van de Commissie ook geen sprake geweest van een (onterechte) kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de Commissie adviseert tot het in stand laten van de bestreden beschikking, bestaat geen aanleiding om het verzoek tot vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter