Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16233

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 maart 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 19 december 2025 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 15 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de beschikking van 15 maart 2024 met kenmerk UHT-DCHO in stand te laten. De Commissie adviseert voorts om geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 15 maart 2024 met kenmerk UHT-DCHO.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 14.351 voor het toeslagjaar 2008 op grond van hardheid, maar geen compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2007.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 5 september 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2005 tot en met 2007. Na overleg tussen belanghebbende en UHT zijn de toeslagjaren 2007 en 2008 beoordeeld.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 15 maart 2024 met kenmerk UHT-DCHO aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €14.351 voor het toeslagjaar 2008 op grond van hardheid, maar geen compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2007. Omdat belanghebbende reeds € 30.000 heeft ontvangen op grond van de Catshuisregeling volgde geen nabetaling.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 26 april 2024, ingekomen op 30 april 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 15 juli 2025 schriftelijk gereageerd.
  • Gemachtigde heeft bij e-mail van 19 december 2025 meegedeeld dat belanghebbende en hij afzien van het recht te worden gehoord.
  • Op 19 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een, pro forma, verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet is geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Procedurele bezwaren

Onderliggende dossier

Belanghebbende verzoekt om inzage in het onderliggende dossier.

De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 10 september 2025 aan de gemachtigde van belanghebbende toegezonden. Op verzoek zijn deze stukken op 11 september 2025 tevens aan belanghebbende toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting.

Beoordeling toeslagjaren 2007 en 2008

De Commissie ziet zich, uitgaande van de gronden van bezwaar en de inhoud van de bestreden beschikking, gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT, terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie op grond van vooringenomenheid voor de toeslagjaren 2007 en 2008, alsmede het verzoek om compensatie op grond van hardheid voor het toeslagjaar 2007, af te wijzen. Voorts zal de Commissie de vraag beantwoorden of UHT de toegekende compensatie voor het toeslagjaar 2008 op grond van hardheid op de juiste wijze heeft berekend.

Beoordeling afwijzing compensatie vooringenomenheid toeslagjaren 2007 en 2008 en hardheid toeslagjaar 2007

Belanghebbende is het niet eens met de afwijzing van compensatie voor de toeslagjaren 2007 en 2008 op grond van vooringenomenheid en voor het toeslagjaar 2007 op grond van hardheid. Zij voert daarbij aan de KOT voor 2008 niet zelf te hebben stopgezet.

De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze of van hardheid van Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). Aan de, niet nader geadstrueerde, opmerking van belanghebbende dat zij de KOT voor 2008 niet zelf zou hebben stopgezet komt, naar de opvatting van de Commissie, geen overtuigingskracht toe wanneer deze wordt geplaatst tegen de achtergrond van hetgeen UHT daaromtrent in de beschouwing uiteen heeft gezet.

De Commissie heeft geen aanwijzingen gevonden dat in de toeslagjaren 2007 en 2008 sprake is geweest van een vooringenomen handelwijze of nalaten door B/T jegens belanghebbende. Evenmin zijn voor het toeslagjaar 2007 aanwijzingen gevonden voor hardheid als bedoeld in de Wht. De Commissie zal daarom UHT adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beoordeling compensatie hardheid toeslagjaar 2008

De Commissie overweegt dat belanghebbende in de bijlage bij de schriftelijke reactie van UHT op het bezwaar een nadere toelichting heeft ontvangen op de berekening van het compensatiebedrag op grond van hardheid, waarbij per onderdeel de berekening is uitgesplitst.

UHT heeft in die bijlage compensatieberekening vastgesteld dat de berekening van onderdeel o) (de rentevergoeding over gemiste KOT) onjuist was, maar in het voordeel van belanghebbende is vastgesteld. Gezien het verbod op reformatio in peius zal het bedrag niet worden aangepast. De Commissie adviseert UHT om de compensatieberekening in stand te laten.

Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand

Gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand van deze bezwaarprocedure. Aangezien de Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag bevestigend beantwoordend, zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie aan UHT om:

  • het bezwaar tegen de beschikking van 15 maart 2024 met kenmerk UHT-DCHO ongegrond te verklaren en de beschikking in stand te laten;
  • geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter