Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16217

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 26 oktober 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 2 december 2025

Overdracht advies aan UHT: 29 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 26 oktober 2023 met kenmerk UHT- DCH.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 19.473 voor de periode 2012, februari tot en met augustus 2016.Er is geen compensatie toegekend voor 2011, 2013, 2014, september tot en met december 2016 en 2017.

Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaard vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS) bestemd.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 5 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 11 augustus 2023 (UHT- VCH) aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 19.262.
  • UHT heeft bij bestreden besluit van 26 oktober 2023 (UHT-DCH) aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 19.473 voor de periode 2012, februari tot en met augustus 2016 en is geen compensatie toegekend voor 2011, 2013, 2014, september tot en met december 2016 en 2017.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 6 december 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brieven van 10 februari 2025, 23 oktober 2025 en 2 december 2026 aanvullende bezwaargronden/stukken ingediend.
  • UHT heeft op 6 november 2024, 23 april 2025 en 3 november schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 2 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 9 december 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 20 januari 2026 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheidsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwingen is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Ontbrekende stukken/volledige dossier

Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Geen compensatie

Belanghebbende stelt dat zij wel recht heeft op compensatie voor de overige jaren.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2011, 2013, 2014, september tot en met december 2016 en 2017 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de (nadere) schriftelijke reacties nader onderbouwd en deze komen voort uit reguliere wijzigingen.

De bijstellingen zijn daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.

Belanghebbende komt voor deze jaren dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.

De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Compensatie toeslagjaren 2012 en 2016 (februari tot en met augustus)

Volgens UHT is over de jaren 2012 en februari tot en met augustus 2016 sprake van vooringenomenheid. Op basis hiervan is aan belanghebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening naar de bijlage van het bestreden besluit, de schriftelijke reactie en het informatie- en beoordelingsformulier.

UHT heeft aangegeven in de schriftelijke reactie van 6 november 2024 dat de componenten o en p niet juist zijn berekend. De Commissie adviseert UHT om de berekening in de beslissing op bezwaar overeenkomstig haar eigen standpunt aan te passen.

Proceskosten

De Commissie adviseert om de ”Berekening definitieve beslissing compensatiebedrag kinderopvangtoeslag” aan te passen op de door UHT in haar schriftelijke reactie aangegeven wijze. Aangezien het bestreden besluit daardoor wordt herroepen, dient er een proceskostenvergoeding toegekend te worden.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen (wegingsfactor 2).

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • Het bezwaarschrift tegen de definitieve beschikking herbeoordeling KOT (UHT-DCH) gegrond te verklaren ten aanzien van componenten o en p en alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter