BAC 2025-16215
Publicatiedatum 08-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 10 juli 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: N.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 31 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 7 september 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2012.
- UHT heeft bij besluit van 30 november 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2006 tot en met 2012.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 juli 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 23 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft de Commissie per e-mail van 17 februari 2026 bericht dat belanghebbende afziet van het recht te worden gehoord. De Commissie ziet daarom gelet op artikel 7:3 onder c van de Algemene wet bestuursrecht af van het horen van belanghebbende.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Toeslagjaren 2006 tot en met 2012
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2006 tot en met 2012 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De KOT over de jaren 2006 en 2008 is conform de (lopende) aanvraag toegekend en niet verlaagd. De verlagingen van de KOT over de jaren 2007, 2009 en 2010 tot en met 2012 zijn het gevolg van het feit dat in eerste instantie (te) hoge voorschotbedragen aan KOT waren toegekend. Die voorschotten zijn vervolgens door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. De neerwaartse correcties in voornoemde jaren zijn het gevolg van wijzigingen in het gezamenlijk toetsingsinkomen, aantal opvanguren, uurtarief, opvangtype en door een (namens) belanghebbende doorgegeven stopzetting van de KOT (productie 2800003).
Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd.
Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie ziet geen aanleiding om in dit geval tot een ander oordeel te komen.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T jegens belanghebbende heeft gehandeld op grond van de aanname dat haar opzet of grove schuld viel aan te rekenen ten aanzien van het ten onrechte ontvangen van KOT. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende voert aan dat UHT bij de totstandkoming van het bestreden besluit in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Daaromtrent overweegt de Commissie als volgt. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, is dat in de beslissing op bezwaar door UHT hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De beschouwing en de door UHT verstrekte stukken, inclusief de LIC-overzichten, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter