BAC 2025-16178
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 28 augustus 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 20 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 6 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking van 28 augustus 2024 met het kenmerk UHT-DCHOA (hierna: de bestreden beschikking).
In de bestreden beschikking heeft UHT aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van een herstelregeling voor de toeslagjaren 2010 en 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 17 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2010 en 2011.
- UHT heeft bij beschikking van 1 augustus 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2010 en 2011.
- Belanghebbende heeft bij brief van 15 november 2024, ingekomen op 19 november 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 27 juni 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 7 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 20 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie overweegt dat de gemachtigde ter zitting heeft medegedeeld dat het bezwaar uitsluitend ziet op toeslagjaar 2010. Er zijn geen bezwaren meer tegen toeslagjaar 2011, omdat is gebleken dat er voor dit jaar geen KOT is aangevraagd.
Met betrekking tot toeslagjaar 2010 stelt belanghebbende dat zij recht heeft op compensatie op grond van een herstelregeling.
De Commissie stelt vast dat belanghebbende op 2 november 2010 met terugwerkende kracht KOT heeft aangevraagd over toeslagjaar 2010. Voordat op deze aanvraag werd beslist, heeft B/T informatie opgevraagd bij de kinderopvanginstelling (hierna: KOI). Daarbij is gebleken dat geen opvang werd afgenomen door belanghebbende, waarna B/T de aanvraag voor KOT heeft afgewezen. De Commissie ziet in het bezwaar geen aanleiding om aan te nemen dat B/T niet mocht vertrouwen op de informatie vanuit de KOI. Ook heeft belanghebbende ter zitting bevestigd dat nooit opvang is afgenomen bij de KOI waarvoor de aanvraag was ingediend. De Commissie neemt hierbij in aanmerking dat het een aanvraag met terugwerkende kracht betrof en dat de verklaring van de opvang of sprake was van feitelijke opvang betrekking had op een reeds verstreken periode. Er is voorts geen aanleiding om de stelling van belanghebbende dat een opname op de FSV-lijst een rol heeft gespeeld bij de afwijzing voor KOT te volgen. Daarnaast overweegt de Commissie dat niet ter discussie staat dat de Gemeente Amsterdam de kosten voor de opvang volledig gesubsidieerd heeft.
Gelet op het voorgaande is de Commissie van oordeel dat geen sprake is van vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel. Uit de stukken in het dossier is niet gebleken van een kwalificatie opzet/grove schuld. De Commissie komt tot de conclusie dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie op grond van een herstelregeling. Zij adviseert het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter