BAC 2025-16177
Publicatiedatum 14-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 25 januari 2024 (UHT-DCHOA)
Overdracht advies aan UHT: 29 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 25 januari 2024. Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 12 februari 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar heeft de beoordeling plaatsgevonden over de jaren 2015 tot en met 2019.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 6 november 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of hardheid van het stelsel.
- UHT heeft bij besluit van 25 januari 2024 met kenmerk UHT-DCHOA (hierna: “het bestreden besluit”) aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2015 tot en met 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 7 maart 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 28 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- De kantoorgenoot van gemachtigde, heeft in een e-mailbericht van 13 april 2026 medegedeeld dat belanghebbende afziet van het recht om te worden gehoord. Daarop heeft de Commissie aan partijen bericht dat zij een advies zal uitbrengen op grond van de schriftelijke stukken.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Procedurele bezwaren
Motivering bestreden besluit / zorgvuldigheid / volledig dossier
Belanghebbende voert aan, samengevat weergegeven, dat het bestreden besluit onvoldoende isgemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Belanghebbende verzoekt daarnaast om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling van belanghebbende dat de motivering van het bestreden besluit onvolledig moet worden geacht of dat de voorbereiding daarvan onzorgvuldig is geweest.
De Commissie constateert dat UHT in bezwaar een schriftelijke beschouwing heeft ingediend, waarin UHT een aanvullende uitgebreide uitleg heeft gegeven met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, overzichten van het Landelijk Incassocentrum (LIC) en overige producties. Naar het oordeel van de Commissie is het bestreden besluit hierdoor thans in ieder geval voorzien van een kenbare motivering.
Voorts overweegt de Commissie dat de schriftelijke beschouwing en het ouderdossier op 7 januari 2026 aan gemachtigde zijn gezonden. Gemachtigde en belanghebbende hebben hierdoor kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en zij hebben de gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit de stellingname van belanghebbende volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde ouderdossier nog stukken zouden ontbreken die van belang zijn voor het door UHT genomen besluit. Van enige schending van het bepaalde bij artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dan ook niet gebleken. De door belanghebbende in dit verband ontwikkelde bezwaren kunnen dus niet tot het door haar gewenste doel leiden.
Afwijzing compensatie
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2015 tot en met 2019 af te wijzen.
De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T of hardheid van het stelsel.
In het informatie- en beoordelingsformulier (pagina 17 e.v. bezwaardossier) is voor de betrokken jaren uitgebreid beschreven en toegelicht welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in de KOT hebben plaatsgevonden. In de beschouwing naar aanleiding van het bezwaar heeft UHT de in geding zijnde jaren nogmaals bezien en toegelicht dat geen aanleiding voor compensatie aanwezig is. De Commissie ziet geen aanleiding om hier anders over te concluderen.
In het dossier is ook voldoende toegelicht wat de feitelijke gang van zaken was rondom de KOT 2019. Samengevat komt dat erop neer dat B/T de KOT in 2019 neerwaarts heeft bijgesteld na een melding van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) dat het kind van belanghebbende schoolgaand is. B/T mag vertrouwen op de melding van DUO. Belanghebbende is hierover geïnformeerd in de brieven van 17 december 2018 (pagina 273 bezwaardossier) en 27 april 2019 (pagina 279 bezwaardossier).
De Commissie heeft geen concrete aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de conclusie van UHT dat over alle betrokken jaren geen sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het betreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding om een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter