BAC 2025-16171
Publicatiedatum 21-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 19 december 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 2 december 2025
Overdracht advies aan UHT: 17 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 19 december 2024 met het kenmerk UHT-DCHOA (hierna: de bestreden beschikking).
In de bestreden beschikking is aan belanghebbende geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 12 april 2022 verzocht om een herbeoordeling van de Kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- UHT heeft bij beschikking van 2 november 2022 meegedeeld dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 11 december 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat over toeslagjaar 2005 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor toeslagjaar 2005.
- Gemachtigde heeft bij brief van 24 maart 2025 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 6 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft op 18 november 2025 het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 1 december 2025 een aanvullende beschouwing ingediend waarin zij een reactie geeft op de aanvullende bezwaargronden.
- Op 2 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt in het bezwaar dat de bestreden beschikking onvoldoende is gemotiveerd en niet zorgvuldig tot stand is gekomen.
De Commissie kan UHT volgen ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT de bestreden beschikking niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van mening dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de betaal- en verrekenoverzichten en overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Belanghebbende stelt dat zij gedupeerde is en recht heeft op compensatie over toeslagjaar 2005.
De Commissie overweegt dat belanghebbende stelt dat het feitenoverzicht fouten bevat. Uit de aanvullende beschouwing en de gegeven toelichting ter zitting door UHT blijkt het bedrag van € 6.809 in het feitenoverzicht een verschrijving. De Commissie stelt vast dat uit de aan belanghebbende verzonden brief van 14 januari 2006 blijkt dat de terugvordering ziet op een bedrag van € 809 en niet, zoals in het feitenoverzicht staat, € 6.809. Belanghebbende is niet geconfronteerd met een terugvordering van € 6.809. Belanghebbende heeft onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd of aannemelijk gemaakt waaruit blijkt dat B/T niet uit mocht gaan van de informatie in het dossier. De terugvordering van de KOT over deze periode was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT dat geen sprake is van vooringenomen handelen. Ook zijn in het bezwaar geen aanknopingspunten gevonden waaruit aannemelijk is geworden dat in deze periode sprake is geweest van bijzondere omstandigheden, zodat ook voor de toepassing van de hardheidscompensatie, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b Wht, geen reden is. Ook is niet gebleken van een kwalificatie voor opzet/grove schuld.
Op grond van het voorgaande, de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting kan de Commissie zich vinden in het advies van de CvW en het daaropvolgend besluit van UHT dat belanghebbende voor toeslagjaar 2005 niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van deze herstelmaatregel. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar ongegrond is, belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter