BAC 2025-16157
Publicatiedatum 06-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 24 augustus 2021 (UHT-DC I)
Hoorzitting: geen hoorzitting plaatsgevonden
Overdracht advies aan UHT: 7 juni 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag (bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €31.671,- voor het jaar 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 18 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2012. Het jaar 2011 is betrokkene in de herbeoordeling.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €31.671,- voor het jaar 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 30 oktober 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 30 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Bij mailbericht van 26 mei 2026 heeft gemachtigde verzocht om de zaak op stukken af te doen. Tevens heeft zij de door UHT nieuw opgestelde compensatieberekening overgelegd.
- De Commissie heeft daarom op grond van artikel 7:3 onder c van de Algemene wet bestuursrecht afgezien van het horen van belanghebbende en adviseert op basis van de aan haar bekende stukken.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Motiveringsbeginsel/ ontbrekende stukken/ equality of arms
Belanghebbende stelt dat het bestreden besluit zonder het persoonlijk dossier voor belanghebbende niet inzichtelijk is en daarom onvoldoende gemotiveerd is. Ook zou sprake zijn van strijd met het beginsel van equality of arms, omdat UHT wel over het volledige dossier beschikt.
De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de processuele waarborgen van de Awb. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op kennisname van de op de zaak betrekking hebbende stukken, met inbegrip van het bezwaardossier. Dit heeft belanghebbende volgens UHT ook ontvangen. De Commissie ziet in hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd onvoldoende aanknopingspunten om daar anders over te denken. Door de toelichting in de beschouwing met verwijzing naar de daarbij behorende stukken, is een eventueel motiveringsgebrek hersteld. De door de belanghebbende in dit verband aangevoerde gronden kunnen niet leiden tot gegrondheid van het bezwaar.
Compensatieberekening
UHT heeft een nieuwe compensatieberekening opgesteld tijdens de bezwaarprocedure.
Door aanpassingen in de compensatieberekening komt het compensatiebedrag uit op €35.883,- in plaats van €31.671,-. Belanghebbende dient daarom een nabetaling te ontvangen.
Ten overvloede merkt de Commissie op dat de immateriële schadevergoeding en de rentevergoeding wegens gemiste KOT door dienen te lopen tot aan de datum van de beslissing op bezwaar.
Motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, heeft UHT deze gebreken naar het oordeel van de Commissie toereikend hersteld in haar beschouwing van 30 juli 2025. De Commissie adviseert UHT dat deze gronden niet tot gegrondheid van het bezwaar kunnen leiden.
Proceskostenvergoeding
Nu het bestreden besluit dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van één procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- in de beslissing op bezwaar de aangepaste compensatieberekening te hanteren;
- de vergoeding voor immateriële schadevergoeding en de rentevergoeding wegens gemiste KOT te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar, en
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van één procespunt met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter