BAC 2025-16098
Publicatiedatum 28-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 20 augustus 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 2 december 2025
Overdracht advies aan UHT: 22 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 20 augustus 2024 waarbij belanghebbende is meegedeeld dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2009 tot en met 2011 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- Bij brief van 16 juni 2023 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, recht heeft op een betaling van € 30.000.
- Op 5 augustus 2024 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011 geen herstelregeling van toepassing is.
- Bij brief van 20 augustus 2024 is het bestreden besluit genomen.
- Bij brief van 20 september 2024 heeft gemachtigde tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
- Op 20 augustus 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 2 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- Op 9 december 2025 heeft gemachtigde een aanvullend stuk ingediend.
- Op 17 december 2025 heeft UHT een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Herbeoordeelde toeslagjaren
Niet in geschil is dat ten aanzien van belanghebbende bij de uitvoering van de KOT in de jaren 2009 tot en met 2011 sprake is geweest van vooringenomenheid. Als vooringenomenheid wordt vastgesteld, dan is de compensatieregeling van toepassing. Uit artikel 2.1, tweede lid, van de Wht volgt echter dat compensatie achterwege blijft indien sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan belanghebbende toerekenbaar zijn.
Van een ernstige onregelmatigheid is in ieder geval sprake als blijkt dat de ouder evident geen recht had op KOT in de betreffende jaren.
UHT heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel in de jaren 2009 tot en met 2011 sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid, aan belanghebbende toch geen compensatie kan worden toegekend. Volgens UHT was in het geval van belanghebbende voor de jaren 2009 tot en met 2011 namelijk sprake van evident geen recht op KOT, omdat belanghebbende in die jaren geen gebruik zou hebben gemaakt van geregistreerde kinderopvang.
Naar het oordeel van de Commissie heeft UHT ten onrechte vastgesteld dat sprake is van een ernstige onregelmatigheid in de periode van 2009 tot en met 2011. Uit het dossier blijkt niet dat evident geen recht op KOT bestond voor deze periode. Er zijn namelijk duidelijke aanwijzingen dat er wel kinderopvang is genoten. Niet ter discussie staat immers dat belanghebbende (betaalde) arbeid heeft verricht in (een deel van) die periode. Dat de kinderopvanginstelling geen informatie aan de Belastingdienst over het kind van belanghebbende heeft verstrekt, legt daartegenover onvoldoende gewicht in de schaal, omdat een gastouder daartoe toen niet verplicht was. Daar komt bij dat na de hoorzitting een e-mailbericht is overgelegd dat is verzonden vanaf het mailadres van belanghebbende waarin zij haar kind ziek meldt bij de gastouder. Uit veiligheidsoverwegingen werd een andere naam gebruikt voor belanghebbende en het kind van belanghebbende. Dit verklaart waarom de gebruikte naam van het kind in het e-mailbericht afwijkt van de bij de Belastingdienst/Toeslagen bekende naam. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2, Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaar gegrond te verklaren;
- het bestreden besluit te herroepen;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter