BAC 2025-16006
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 6 december 2023, kenmerk (UHT DCHA) (hierna onder meer: het bestreden besluit)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 28 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 en 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 8 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 en 2013.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij voor deze jaren geen recht heeft op compensatie.
- Gemachtigde heeft bij brief van 28 december 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 13 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft de Commissie op 19 januari 2026 geïnformeerd dat belanghebbende afziet van het recht om te worden gehoord.
- De Commissie ziet derhalve ingevolge artikel 7:3, aanhef en onderdeel c van de Algemene wet bestuursrecht af van het horen van belanghebbende.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Belanghebbende betoogt, zonder verdere onderbouwing, dat het door UHT verrichte onderzoek naar het recht op compensatie onzorgvuldig en onvolledig is geweest en dat UHT haar ten onrechte niet als gedupeerde heeft aangemerkt voor de toeslagjaren 2012 en 2013.
De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van een vooringenomen handelwijze of van hardheid van B/T, of indien sprake is geweest van een onterechte kwalificatie Opzet/Grove Schuld (hierna: O/GS-kwalificatie).
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2012 en 2013 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering van de KOT over deze toeslagjaren was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen in, onder andere, het gezamenlijke toetsingsinkomen en het aantal opvanguren opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte O/GS-kwalificatie, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat het door UHT verrichte onderzoek naar het recht op compensatie onzorgvuldig of onvolledig is geweest. De op de zaak betrekking hebbende stukken, die ook aan belanghebbende zijn toegezonden, kunnen de bestreden beslissing dragen. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Nu de bezwaren naar de mening van de Commissie ongegrond zijn en de bestreden beschikking in stand kan blijven, bestaat er geen recht op vergoeding voor de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie, de hiervoor gestelde vraag bevestigend beantwoordend, om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter