BAC 2025-15976
Publicatiedatum 21-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 16 juli 2024 met kenmerk UHT-DCHO
Hoorzitting: 2 februari 2026
Overdracht advies aan UHT: 15 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van in totaal € 91.547,- voor de jaren 2005, 2007, 2009 en 2011 tot en met 2015. Voor de jaren 2006, 2008 en 2010 is geen compensatie toegekend (hierna: het bestreden besluit).
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 8 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2015.
- UHT heeft aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,- op grond van de Catshuisregeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 19 juni 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2010, 2012, 2014 en 2015 geen recht bestaat op compensatie op grond van de Wht.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 5 juni 2024 aan belanghebbende een voorlopige compensatie toegekend voor een bedrag van € 53.188,-.
- UHT heeft bij de bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van in totaal € 91.547,-.
- Gemachtigde heeft bij brief van 9 augustus 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend en op 16 december 2025 het bezwaarschrift digitaal aangevuld.
- UHT heeft op 15 juli 2025 en 29 januari 2026 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift en de aanvullende gronden.
- Op 2 februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over de jaren 2006, 2008 en 2014 af te wijzen.
Afgewezen toeslagjaren
Ter zitting heeft belanghebbende aangegeven dat de bezwaren zich nog richten op de toeslagjaren 2006, 2008 en 2014. Bij het bestreden besluit heeft UHT geoordeeld dat belanghebbende over deze jaren geen recht heeft op compensatie op basis van vooringenomen handelen of hardheid. Belanghebbende heeft dit betwist.
Ten aanzien van de overige jaren handhaaft belanghebbende haar bezwaren niet.
2006
De Commissie is van oordeel dat het niet aannemelijk is geworden dat er in 2006 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) dan wel hardheid van het stelsel. Ten aanzien van het toeslagjaar 2006 constateert de Commissie dat er geen terugvordering of verlaging is geweest. Om aanspraak te maken op compensatie op grond van de Wht is dit een vereiste (art.2.1., vierde lid, Wht). Nu hier niet aan is voldaan komt de Commissie niet meer toe aan de stelling van belanghebbende dat zij de brieven van de B/T niet heeft ontvangen. Het bezwaar is ongegrond.
2008
Belanghebbende stelt dat de nihilstelling van de KOT vooringenomen is geweest omdat er in 2007 en 2008 ontzettend veel brieven zijn verstuurd en haar is verweten dat zij niet volledig op de brieven heeft gereageerd. Zij heeft brieven niet ontvangen, waardoor zij hier niet op kon reageren.
De Commissie stelt aan de hand van de tijdlijn in het informatie- en beoordelingsformulier vast, dat B/T in 2008 informatiebrieven aan belanghebbende heeft verstuurd. Van een onredelijk veelvuldige uitvraag door B/T is de Commissie niet gebleken.
Zij constateert dat niet alleen informatiebrieven zijn verstuurd, maar ook correspondentie is gevoerd over het ingediende bezwaar van belanghebbende over de toeslagjaren 2007 en 2008. Naar aanleiding van dit bezwaar is aan belanghebbende alsnog KOT toegekend over 2008. De Commissie acht het aannemelijk dat belanghebbende de brieven van B/T heeft ontvangen nu deze naar het juiste adres zijn verzonden en de brieven niet onbestelbaar retour zijn teruggekomen. De Commissie heeft verder geen aanknopingspunten gevonden voor een andersluidend oordeel en acht het bezwaar op dit onderdeel daarom ongegrond.
2014
Ter zitting deed UHT de toezegging dat belanghebbende alsnog voor het toeslagjaar 2014 zal worden gecompenseerd wegens vooringenomen handelen. Deze compensatie zal in de plaats komen van de O/GS tegemoetkoming en is hoger dan de toegekende O/GS tegemoetkoming voor dit jaar. De Commissie sluit zich gaarne hierbij aan en adviseert het bezwaar met betrekking tot dit onderdeel gegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie gedeeltelijk gegrond is, adviseert de Commissie UHT de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (indienen van een bezwaarschrift en bijwonen van de hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen (wegingsfactor twee).
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHO als volgt te herroepen:
- aan belanghebbende over het toeslagjaar 2014 compensatie op basis van vooringenomenheid toe te kennen; en
- belanghebbende een nieuwe compensatieberekening ter hand te stellen.
- een procesvergoeding toe te kennen op basis van twee procespunten met wegingsfactor twee.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter