Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15945

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 24 juli 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 3 februari 2026

Overdracht advies aan UHT: 16 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

De gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 24 juli 2024 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2006, 2007 en 2008 is gebleken van fouten met betrekking tot toeslagjaren 2006 en 2007 en dat belanghebbende daarom recht heeft op een compensatiebedrag van € 40.266.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 7 april 2022 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het
  • kader van de eerste toets, recht heeft op een betaling van € 30.000, als bedoeld in de Catshuisregeling.
  • Op 8 juni 2024 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat voor toeslagjaar 2008 geen herstelregeling van toepassing is. Voor de toeslagjaren 2006 en 2007 is de compensatieregeling wel van toepassing.
  • Op24 juli 2024 is het bestreden besluit genomen.
  • Bij brief van 27 augustus 2024 heeft gemachtigde tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
  • Op 2 juni 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 3 februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Op 18 februari 2026 heeft UHT een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend. Gemachtigde heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hierop te reageren.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing en de aanvullende schriftelijke beschouwing is opgemerkt.

Herbeoordeelde toeslagjaren
De KOT voor 2008 is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, bijgesteld naar aanleiding van een door (of namens) belanghebbende doorgegeven stopzetting van 7 februari 2008 met ingang van 16 november 2007. De Commissie heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de producties waaruit dit blijkt. Overigens is ook niet gebleken dat er in 2008 gebruik is gemaakt van gekwalificeerde opvang.

Voorts is niet gebleken dat er ten onrechte een betalingsregeling is geweigerd; daarom heeft belanghebbende ook geen recht op een tegemoetkoming opzet/grove schuld.

De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast.

Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen, aanspraak op een lager bedrag kan uitkomen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigde vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.

Zoals voorgaand is overwogen, heeft UHT terecht geconcludeerd dat belanghebbende geen recht had op KOT voor toeslagjaar 2008 doordat zij haar KOT heeft stopgezet (en in die periode ook geen opvang heeft afgenomen). Daarom is terecht de KOT over dat jaar teruggevorderd. Het verrekenen van een terechte terugvordering levert op zichzelf geen compensatie op grond van hardheid op.

Compensatieberekening
Component ‘o’ in de compensatieberekening is onjuist vastgesteld. Echter, de gehanteerde bedragen zijn in het voordeel van belanghebbende. Daarom adviseert de Commissie de toegekende bedragen niet aan te passen in de beslissing op bezwaar.

Aanvullende compensatie
De Commissie overweegt dat deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking heeft op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor het vragen van aanvullende vergoeding van werkelijke schade kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden, als vermeld in Home | Schadeherstel Toeslagen.1

Proceskostenvergoeding Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren ongegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2, Awb niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bestreden besluit niet te herroepen;
  • het bezwaar ongegrond te verklaren;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter