BAC 2025-15938
Publicatiedatum 02-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 6 juni 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 15 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 3 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 6 juni 2024.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 15 december 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). De toeslagjaren 2009 tot en met 2013 zijn herbeoordeeld.
- UHT heeft bij beschikking van 29 april 2022, met kenmerk UHT CHR GU, aan belanghebbende medegedeeld dat zij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000 op grond van de Catshuisregeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 29 mei 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013.
- UHT heeft bij voorlopige beschikking van 19 maart 2024, met kenmerk UHT-VCH A, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op één van de drie herstelregelingen.
- UHT heeft bij bestreden definitieve beschikking van 6 juni 2024, met kenmerk UHT-DCHOA, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013.
- Gemachtigde heeft bij brief van 10 juni 2024 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
- UHT heeft op 24 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 15 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
- Belanghebbende en gemachtigde zijn op 16 januari 2026 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 30 januari 2026 aanvullende stukken te overleggen.
- De Commissie heeft belanghebbende en gemachtigde op 9 februari 2026 geïnformeerd dat zij overgaat tot advisering.
- Gemachtigde heeft op 10 februari 2026 de jaaropgaven van de heer [naam], de partner van belanghebbende, over de periode 2008 tot en met 2012 overgelegd. De Commissie heeft deze stukken alsnog aan het dossier toegevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 af te wijzen.
Dossier
Belanghebbende stelt dat zij haar hersteldossier niet heeft ontvangen. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn op 14 oktober 2025 aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.
Motivering
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie de gebreken herstellen aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Zienswijze
Belanghebbende betoogt dat haar zienswijze op de vooraankondiging ten onrechte niet is meegenomen bij de definitieve beschikking. UHT heeft aangevoerd dat er geen zienswijze in het dossier zit en dat uit het bezwaar blijkt dat belanghebbende na de reactietermijn nog een e-mail heeft gestuurd. Bovendien is het punt van belanghebbende, dat er nooit KOT naar haar zou zijn overgemaakt, meegenomen bij de integrale beoordeling.
De Commissie overweegt dat, wat er verder ook van haar bezwaar op dit punt zij, belanghebbende in deze bezwaarprocedure de gelegenheid heeft gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en van bewijsstukken te voorzien.
Een eventuele tekortkoming is daarmee hersteld. Omdat belanghebbende verder niet heeft aangevoerd welk nadeel zij door dit nalaten heeft gehad, laat de Commissie dit bezwaar verder buiten beschouwing.
Herbeoordeling toeslagjaren 2009 tot en met 2013
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over de betreffende toeslagjaren was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend.
In 2009 en 2010 is de KOT één keer verlaagd op basis van de gegevens van de jaaropgave. In 2011 is de KOT tweemaal neerwaarts gecorrigeerd. De eerste neerwaartse correctie was het gevolg van de door belanghebbende doorgegeven wijzigingen in de kinderopvanggegevens en het feit dat belanghebbende dit jaar een toeslagpartner kreeg. De tweede neerwaartse correctie was op basis van de gegevens uit de jaaropgave. In 2012 is de KOT één keer neerwaarts gecorrigeerd, doordat belanghebbende de KOT voor het kind met sofinummer 266........ had stopgezet. In 2013 heeft belanghebbende de KOT in zijn geheel stopgezet, met ingang van 1 januari 2013, met een nihilstelling tot gevolg.
Alle bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op en zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.
Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2008 en hoogte KOT 2009, 2010 en 2011
Belanghebbende heeft tijdens de hoorzitting betoogd dat er in 2008 ook al sprake is geweest van kinderopvang en dat er in de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 meer uren aan kinderopvang zijn afgenomen, dan in de jaaropgaven staat. UHT stelt dat zij is afgegaan op de gegevens die haar ter beschikking staan. De Commissie heeft belanghebbende en haar gemachtigde vervolgens in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de hoorzitting aanvullende stukken te overleggen, waaruit blijkt dat er inderdaad in 2008 van kinderopvang gebruik is gemaakt en dat het aantal uren uit de jaaropgaven 2009, 2010 en 2011 onjuist is. Gemachtigde heeft uiteindelijk, buiten de gestelde termijn, jaaropgaven van de heer [naam] over de jaren 2008 tot en met 2012 overgelegd. Deze jaaropgaven tonen aan dat de heer [naam] in de betreffende jaren gewerkt heeft, maar geven op zichzelf geen onderbouwing van de stellingen van belanghebbende. Er is met deze jaaropgaven dus niet aangetoond dat er in 2008 kinderopvang is afgenomen of dat het aantal uren aan kinderopvang over de jaren 2009, 2010 en 2011 onjuist is vastgesteld. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Nooit KOT ontvangen
Belanghebbende stelt dat zij en haar (toeslag)partner nimmer de KOT op hun rekening gestort kregen. De KOT werd volgens belanghebbende rechtstreeks naar de kinderopvanginstelling (hierna: KOI) overgemaakt. De Commissie volgt dit standpunt niet. Uit de betaal- en verrekenoverzichten blijkt dat in alle jaren de KOT is overgemaakt naar het rekeningnummer 3852..... . Uit het aanvraagformulier KOT blijkt dat belanghebbende zelf dit rekeningnummer heeft opgegeven voor de uitbetaling van de KOT. Zij heeft eveneens ingevuld dat de rekeninghouder [naam], de (toeslag)partner van belanghebbende, is. De Commissie adviseert dan ook op het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Proceskosten
Nu de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter