Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15935

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 21 mei 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 16 december 2025

Overdracht advies aan UHT: 12 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 mei 2024 met kenmerk UHT-DCHO (hierna: de bestreden beschikking).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) een compensatie toegekend van € 4.250 voor de jaren 2012 tot en met 2014 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 10 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 tot en met 2018. In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar is met belanghebbende afgesproken dat alleen de jaren 2012 tot en met 2018 moeten worden herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij beschikking van 23 juni 2025 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, op grond van de Catshuisregeling.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een tegemoetkoming opzet/grove schuld toegekend voor een bedrag van € 4.250,- voor de jaren 2012 tot en met 2014. UHT heeft aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 mei 2024, ingekomen op 22 mei 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 21 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 16 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie zal allereerst ingaan op de volgende bezwaargronden:

  • de onderliggende stukken ontbreken;
  • er is sprake van strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel;
  • verzoek tot vergoeding van de werkelijke schade;
  • de terugvorderingen KOT zijn ten onrechte verrekend met overige toeslagen.

Onderliggende stukken

Belanghebbende verzoekt in het kader van deze bezwaarprocedure om een afschrift van het volledige dossier aan gemachtigde te verstrekken. Op grond van artikel 6:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het bezwaar te beslissen, verplicht de op de zaak betrekking hebbende stukken – waaronder het informatie- en beoordelingsformulier met tijdlijn, het SAS-rapport, de RKT-bestanden en de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC-overzichten) – in ieder geval aan de gemachtigde ter beschikking te stellen.

De Commissie stelt vast dat de gemachtigde op 10 juni 2025 in het bezit is gesteld van al deze op de zaak betrekking hebbende stukken. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende stelt dat de bestreden beschikking niet inzichtelijk is gemotiveerd en op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het daaraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat UHT de bestreden beschikking op uitvoerige en draagkrachtige wijze heeft gemotiveerd. Met de beschouwing van 3 juni 2025 heeft UHT een uitgebreide toelichting gegeven, onder meer aan de hand van het LIC- en het SAS-rapport en overige relevante stukken. Deze documenten maken tevens onderdeel uit van de onderliggende stukken. De Commissie adviseert dan ook om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Verzoek tot vergoeding van de werkelijke schade

Belanghebbende stelt dat zij meer schade heeft geleden dan het bedrag dat is berekend met de compensatieberekening.

De bezwaarschriftprocedure over integrale beoordelingsbesluiten heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor het vragen van aanvullende vergoeding van werkelijke schade kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden vermeld op schadeherstel.toeslagen.nl.

Tijdens de hoorzitting is gebleken dat belanghebbende reeds een procedure is gestart bij de Commissie Werkelijke Schade. De Commissie adviseert dan ook om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Verrekening terugvorderingen KOT met overige toeslagen

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de terugvorderingen KOT over de toeslagjaren 2012 tot en met 2018 ten onrechte zijn verrekend met haar overige toeslagen. Uit de onderliggende stukken constateert de Commissie dat in de toeslagjaren 2012 en 2013 verrekeningen hebben plaatsgevonden.

De toeslagen (waaronder de toegekende KOT) zijn niet (volledig) aan belanghebbende uitbetaald, omdat de KOT-schuld over de jaren 2012 en 2013 tot een bedrag van € 627 hiermee is verrekend. De Commissie overweegt dat deze verrekeningen onderdeel zijn van de uitvoering die over de jaren 2012 en 2013 aan de KOT is gegeven.

Belanghebbende heeft over de laatstgenoemde jaren op grond van artikel 2.6 Wht een tegemoetkoming van 30% van het teruggevorderde bedrag ontvangen. Belanghebbende bestrijdt niet de juistheid hiervan, maar meent dat schade als gevolg van de verrekeningen wordt vergoed. Deze bezwaarprocedure heeft, zoals de Commissie hiervoor reeds heeft overwogen, echter alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Als belanghebbende van mening is dat haar aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als gevolg van de verrekeningen toekomt, kan zij gebruik maken van de mogelijkheden vermeld op schadeherstel.toeslagen.nl. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Belanghebbende voert ook aan dat zij onvoldoende inzicht heeft gekregen in de wijze waarop de terugvorderingen van de KOT en de daarop volgende verrekeningen hebben plaatsgevonden. Afhankelijk van (de motivering van) het besluit op bezwaar kan belanghebbende hiertoe eveneens een verzoek tot aanvullende schadevergoeding voorleggen aan de Commissie Werkelijke Schade. De Commissie geeft UHT daarom in overweging om bij het nemen van de beslissing op de bezwaren van belanghebbende alsnog de door belanghebbende gemiste duidelijkheid te verschaffen.

De Commissie ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2012 tot en met 2014 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2015 tot en met 2018 af te wijzen.

Tegemoetkoming Opzet/Grove Schuld over de toeslagjaren 2012 tot en met 2014

Uit de onderliggende stukken blijkt dat belanghebbende over de toeslagjaren 2012 tot en met 2014 in totaal € 14.157 heeft moeten terugbetalen. De O/GS tegemoetkoming wordt in dat geval als volgt berekend: 30% x € 14.157 = € 4.250. Het bedrag dat wordt genoemd in de bestreden beschikking is daarmee juist. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Reguliere bijstellingen

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2018 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen KOT over de toeslagjaren 2012 tot en met 2018 waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter