Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15911

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 24 februari 2024 (UHT-DCHA VOW)

Hoorzitting: 8 december 2025

Overdracht advies aan UHT: 16 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, de bestreden beschikking in stand te laten en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als de bestreden beschikking.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2014.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 1 november 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2009 tot en met 2014.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2014.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 5 april 2024, ingekomen op 9 april 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 1 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 8 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat aan het advies is gehecht.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Afgewezen toeslagjaren

De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te kunnen adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2009 tot en met 2014 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Over het toeslagjaar 2009 is de aanvraag voor KOT van belanghebbende afgewezen, omdat haar partner reeds een aanvraag had ingediend. De verlagingen van de KOT over de toeslagjaren 2010 tot en met 2014 zijn gebaseerd op de vaststelling dat te hoge voorschotten waren toegekend. Deze voorschotten zijn door wijzigingen in het aantal opvanguren, stopzettingen van de KOT, wijzigingen in het toetsingsinkomen en op grond van door belanghebbende overgelegde jaaropgaven bijgesteld. Dit zijn reguliere wijzigingen. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op zogenoemde hardheidscompensatie. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (O/GS), zodat ook geen aanspraak bestaat op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Compensatie partner belanghebbende

Belanghebbende stelt dat het bedrag aan compensatie dat haar partner heeft ontvangen niet voldoende is voor de schade die zij beiden hebben geleden. Zij hebben beiden nog steeds last van gezondheidsproblemen die zijn veroorzaakt door de problemen met de KOT. Belanghebbende voert daarnaast aan dat zij, indien zij de ex-toeslagpartner was, wel recht zou hebben op een extra bedrag. Zij stelt dat zij daarom ook recht heeft op compensatie.

Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor zijn de procedures bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) en bij de Stichting (Gelijk)waardig Herstel en MijnHerstel bestemd.

Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat zij en haar partner voor de vergoeding van hun werkelijke schade een verzoek bij de CWS hebben ingediend.

De Commissie is van oordeel dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 10.000 op grond van artikel 2.7 lid 2 Wht, omdat zij geen ex-toeslagpartner is. Ook in dit opzicht bestaat de mogelijkheid dat de procedure via de CWS leidt tot een voor belanghebbende passende oplossing, bij de begroting van de werkelijke schade. De Commissie kan daarop echter niet vooruitlopen en wil op dit punt bij belanghebbende ook geen verwachtingen wekken. Zij adviseert UHT het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert de bestreden beschikking te herroepen, bestaat geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om:

  • de bestreden beschikking in stand te laten;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter